https://doetinchemherdenkt.nl

 

Een wereld van verschil

 
Door Helena Hagemeijer
 

Mijn vader en moeder hebben de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Zij hebben eigenlijk ook nooit met hun ouders over de oorlog gesproken. Daarom besloot ik mijn opa en oma te gaan interviewen. Ik ben gewoon een avondje op bezoek geweest, ze wonen trouwens naast ons en heb toen over de oorlog gepraat. Ik heb het gesprek opgenomen zodat ik rustig kon luisteren en kon doorvragen op de antwoorden die mijn opa en oma gaven. Mijn oma kan zelf bijna niks herinneren. Ze weet nog wel veel van de verhalen van haar moeder en oudere broers en zussen. Mijn opa dacht eigenlijk dat hij ook niet zo veel wist over de oorlog. Maar toen ik eenmaal aan het vragen was kon hij zich meer herinneren dan hij had gedacht. Het laatste jaar van de oorlog heeft hij nog vers in zijn geheugen zitten. De herinneringen komen vaak ieder jaar rond deze tijd weer naar boven tijdens de herdenkingen. Helemaal de herdenkingen van het bombardement van de stad Doetinchem. Waar en hoe? De levens van mijn opa en oma waren totaal tegenovergesteld in de oorlog. Mijn opa is in 1940 geboren. Hij is in de stad Doetinchem opgegroeid met zijn ouders en jongere broertje. Mijn oma is geboren in 1942. Zij was dus drie jaar toen de oorlog voorbij was. Ze is opgegroeid op het platteland in Didam met haar ouders en als jongste van twaalf oudere broers en zussen.

 

De bevrijding

 

Mijn opa weet nog goed dat de bevrijding zelf niet prettig was. Hij verbleef toen in Megchelen. Hij moest namelijk tijdens het bombardement van Doetinchem vluchten met zijn familie. Hij verbleef in Megchelen in een kippenhok! Hij heeft daar een paar weken moeten verblijven. De mensen die de boerderij waarbij het kippenhok hoorde bezaten, regelden het eten en drinken voor de familie van mijn opa. Opa’s familie zat net in een vuurlinie. Het maakte enorm veel lawaai en de granaten vlogen letterlijk om de oren van mijn opa. Hij kan zich ook herinneren dat als hij omhoog keek hij kleine zilveren stukjes in de lucht zag. Vliegtuigen van de Engelsen. Hij kan de zoeklichten van de Duitsers nog voor zich zien. Dat was natuurlijk heel angstaanjagend. Toen Mechelen zich echt bevrijd begon te voelen en de strijd was gestreden was het niet een echt feest zegt mijn opa. ‘Waarschijnlijk was er wel allemaal vrolijkheid en feest maar dat kreeg je niet mee als kind. Mijn ouders zullen vast gedanst hebben van vreugde maar dat heb ik zelf niet meegekregen.’ Toen mijn opa weer terug naar Doetinchem was gegaan, stond het huis er nog. Ze konden er zo weer intrekken. Op de kleuterschool kwamen Amerikanen langs met chocolade en karamelblokjes. Toen mijn opa het vertelde liep het water hem nog uit de mond. Ook was de school met kerstmis helemaal volgehangen met speelgoed. Elk kind mocht iets uitkiezen. Mijn opa koos een klein vliegtuigje. Opa is altijd al bescheiden geweest. Maar opa was al lang blij dat hij iets had. Mijn oma weet eigenlijk niks van de bevrijding.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een rol in de oorlog?

 

Mijn opa en oma waren nog heel jong. Zijzelf hadden daarom niet een echte rol. Maar mijn opa had wel een jonge Duitse soldaat in huis. Hij merkte er eigenlijk niks van. ‘Je zag hem nauwelijks, je merkte hem eigenlijk niet op.’ Een specifiek ding wist mijn opa wel over de Duitse soldaat. Hij wilde per se in de gang slapen. Daar hing een gaslamp. Hij stuurde iedereen uit de gang en bleef in de buurt van de lamp. Hij wist natuurlijk al wat gas kon veroorzaken. Dat had mijn opa toen niet door, maar nu hij er zo over nadenkt was het dus duidelijk dat de Duitse soldaat bang voor gas was. De familie van mijn oma ving mensen op die gevlucht waren uit de stad. Dat kon zijn omdat ze gewond waren of geen eten hadden. Maar ook als er dus een bombardement was geweest. Oma kan zich nog wel goed herinneren dat er een mevrouw was die geen benen meer had. Als het luchtalarm afging tilde de moeder van mijn oma die mevrouw naar de schuilkelder. Oma’s familie verborg ook Engelse piloten die neergestort waren in het weiland bij de boerderij. Dus toch onbewust een klein beetje verzet. Allebei de vaders werden te werk gesteld door de Duitsers. De vader van mijn opa moest op de fiets van Doetinchem naar Zevenaar. En de vader van mijn oma moest niet zo ver van huis. De spoorbaan was namelijk dicht bij hun eigen huis. Ze moesten wegen onderhouden en wegen aanmaken voor de Duitsers. De oudste broer van mijn oma was 18. Hij moest de huizen van Joden die getransporteerd waren uitruimen en de waardevolle spullen naar een Duitse villa brengen. Hij vond een keer een naaimachine maar smokkelde die stiekem mee naar huis. Daardoor kon de moeder van oma er weer dingen mee maken. De naaimachine die is meegesmokkeld hebben wij zelf nog in de woonkamer staan.

 

Ervaringen

 

Mijn opa en oma hebben niet echt honger meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn opa herinnert zich wel dat hij moest meelopen met zijn moeder en zijn broertje in de kinderwagen. Hij zou de route naar de boerderij zo nog kunnen lopen. In de kinderwagen zat een pispot en daarin smokkelde ze voedsel mee. Zijn moeder ruilde een mooi goud horloge die ze van zijn vader had gekregen voor een stukje spek. Dat is iets wat hij bewust heeft meegemaakt en nu achteraf heel erg vindt. Bij oma ging het andersom. Daar kwamen mensen om voedsel te vragen. Een verhaal dat oma wist te vertellen gaat zo: de moeder van oma maakte zelf boter. Met de karn. Af en toe kwamen er Duisters uit de bosrand en dan brak de moeder van oma snel de stok van de karn in tweeën en gooide die bij het brandhout. De deksel van de karn werd snel verstopt. Alles wat je maakte moest je namelijk officieel afgeven aan de Duitsers. Eten was op de bon en was verboden om zelf te produceren. Ook werd een varkentje stiekem vet gemest en geslacht. Het vlees werd verstopt in het hooi. En later natuurlijk opgegeten of doorverkocht/geruild. Mijn opa kon zich ook nog echt herinneren dat de vrouwen die iets hadden gehad met de Duitsers kaal werden geschoren en werden vernederd. Dat vond hij toen vreselijk om te zien en nu vreselijk om erover na te denken. Zijn zusje is nu getrouwd met een Duitser maar dat zou toen dus echt niet hebben gekund. Tenslotte heeft het instorten van de kerktoren van Doetinchem ook veel indruk gemaakt. Mijn opa woonde vlak bij die kerk.

 

Afsluiting

 

Ik vond het eerst eigenlijk nog best spannend. Ik heb nooit zo gepraat met mij opa en oma over de oorlog. Ik wist dus niet of het gevoelig lag. Later werd ik wat losser en vond ik het enorm interessant en spannend. Ze hadden op hun manier best veel meegemaakt. En ook heel veel onthouden ook al waren ze nog maar heel jong. En het verhaal van de Joodse naaimachine maakte helemaal indruk op mij. Eigenlijk best een beetje eng om te bedenken dat dat van een afgevoerde familie is geweest. Ik merkte ook aan mezelf dat ik gewoon onder de indruk was. Dat mijn eigen familie op een eenvoudige manier zoveel mensen heeft geholpen. Ik luisterde en speelde het gewoon af in mijn hoofd. Ik zag het helemaal voor me. Er zijn zo veel films en verhalen over helden in de oorlog. Mijn overgrootouders waren dat eigenlijk ook wel een beetje, en daar ben ik trots op! Ik ben ook blij dat ik het heb opgenomen. Ik heb het samen met mijn moeder teruggeluisterd en het was net of we naar een podcast zaten te luisteren.