Kappersgesprek


door
Bernard Dorresteijn en Alie Tuenter-Stoltenborg


Hoe een gesprek bij kapper Griess in Silvolde eindigde
in een cel van De Kruisberg, de gevreesde gevangenis
van de Sicherheitsdienst


Uit 20 verhalen van Old Sillevold, 75 jaar Vrijheid
In de oorlogsjaren waren de ‘Zwarten’ - de in hun zwarte uniformen gestoken mannen van de NSB, officieel: de Landwacht -, de schrik van onze onderduikers, Joodse landgenoten, verzetsstrijders en alle weldenkende Nederlanders. Ze fungeerden als handlangers van de Duitsers en zagen kans om vele goede vaderlanders aan de bezetters over te leveren. Het luisteren naar Radio Oranje of het verspreiden van illegale blaadjes, kon al voldoende zijn om in de gevangenis te belanden. Zelfs het uitspreken van sympathie voor de Nederlandse zaak en/of het Oranjehuis, of antipathie voor de Führer en zijn trawanten, was al levensgevaarlijk!
Aan de Ulftseweg, dicht bij de Galgenberg, had je café Gries, met annex de kapperszaak van de heer Gerrit Gries. Het café en de kapsalon waren zelfs met een deur met elkaar verbonden. In het café stond een oude radio die nogal eens op Radio Oranje (of een andere verboden zender) werd afgestemd. Middels de open deur konden de mensen in de kapsalon dan ook naar de uitzending luisteren.
Dat deden de kapper en z’n klanten ook op (of omstreeks) 21 februari 1945. Maar ze hadden toch eigenlijk kunnen weten dat dit een uiterst gevaarlijke bezigheid was, zeker als ze ook nog commentaar gingen geven...
Wie er allemaal aanwezig waren en wie van hen er allemaal aan het gesprek deelnamen is niet meer te achterhalen, maar in ieder geval waren dat de oud-postbode Jan Albers van de Ulftseweg en Gerrit Breukelaar van onder aan de Bergstraat (thans Heuvelstraat), en waren zij waarschijnlijk ook deelnemers aan ’t gesprek. ’t Zou ook wat zijn als je in je eigen land niet meer zou mogen zeggen hoe je over de bezetting van je land en de daarmee  gepaard gaande onderdrukking van jou en je landgenoten dacht!
Maar ’t kan haast niet anders: waarschijnlijk heeft er die dag ook een ‘foute’ klant meegeluisterd…. en vervolgens ’t een en ander aan de Landwacht doorgebriefd….
In de ochtend van donderdag 23 februari stonden er opeens twee Zwarten, achtereenvolgens bij Gries en Albers op de stoep, die hen arresteerden en sommeerden  hun fiets te pakken en in noordelijke richting voor hen uit te rijden… In zulke gevallen had verzet altijd ernstige gevolgen…Dus Albers en Gries pakten hun rijwielen en begaven zich richting Terborg, gevolgd door - eveneens op de fiets - de beide Zwarten. Het moet een wonderlijk gezicht zijn geweest op het fietspad richting Terborg…
Begrijpelijkerwijs sloeg de angst en onrust bij de families Gries en Albers heel erg toe. Van Albers namen ze direct contact op met de familie Stoltenborg-Albers op de hoek Ulftseweg-Bergstraat. (dochter Dora Albers was getrouwd met de winkelier Gerrit Stoltenborg). Men wilde koste wat kost op de hoogte blijven van de plek waar Albers en Gries heengevoerd werden.


Daarom werd in allerijl besloten dat Alie Stoltenborg (17 jaar, dochter van ’t echtpaar Stoltenborg-Albers en dus een kleindochter van Opa Albers) het viertal - eveneens op de fiets - zou volgen, hetgeen haar ook gelukte. Ze wekte nog wel enig opzien bij de Zwarten, die haar in de buurt van Gaanderen dan ook vroegen wat ze in haar schild voerde… Ze antwoordde hen dat ze een boodschap in Doetinchem moest doen…
Te Doetinchem aangekomen verdween het viertal in een huis aan het Julianaplein (1). Alie stelde zich ergens in de buurt op, in afwachting tot Opa en Gries weer naar buiten zouden komen… Maar dat gebeurde maar steeds niet. Na enige tijd belde ze maar eens aan en vroeg ze de overvallers wat er met Opa en Gries ging gebeuren…, maar ze kreeg geen antwoord… Hierop besloot ze naar oom Gerrit Albers aan de Terborgseweg te gaan en hem om raad te vragen. Ome Gerrit ging direct met haar mee en vroeg op het bekende adres ook weer naar Opa Albers en Gerrit Gries, en toen kregen ze te horen dat beiden naar de Kruisberggevangenis waren overgebracht, maar dat ze (de vragenstellers) daar niets te zoeken hadden. Ze besloten dan ook om vooreerst maar weer huiswaarts te keren… Bij hun aftocht zagen ze de fietsen van Opa en Gries nog tegen de woning staan; die hebben ze dan ook maar gauw meegenomen…
Met dat relaas kwam Alie ’s middags weer in Silvolde aan …
Ze kon niets positiefs over de lotgevallen van Opa en Gries melden, en ze kreeg er te horen dat Gerrit Breukelaar van de Bergstraat ook nog opgehaald was.
Nu werd besloten dat mevrouw Dora Stoltenborg-Albers en de heer Jan Breukelaar (vader van Gerrit Breukelaar) naar de Kruisberg zouden gaan om te trachten de mannen  vrij te krijgen. Zo gezegd, zo gedaan, maar daar aangekomen, werden ze nauwelijks te woord gestaan… Na een paar uur kwamen ze onverrichterzake weer in Silvolde terug.
Wat zou het lot van Opa Albers, Gerrit Gries (2) en Gerrit Breukelaar zijn of worden?
’t Is nog de vraag of men er zich in Silvolde al wel van bewust was dat de bezetter een groot deel van de gevangenen in de Kruisberg als ‘Todeskandidaten’ aangewezen had… Als ergens een sabotagedaad gepleegd was dan veroorloofden de Duitsers zich om een aantal van deze gevangenen voor het vuurpeloton op te stellen; dit in de verhouding 1:10: voor 1 gevallen Duitser: 10 Nederlanders!
Hoe dan ook: de dagen kropen tergend langzaam voorbij: vrijdag 23 februari, zaterdag 24 februari, zondag 25 februari, maandag 26 februari, dinsdag 27 februari, woensdag 28 februari, donderdag 1 maart, vrijdag 2 maart…

2 Maart ’s middags dringt in Silvolde het gerucht door dat die ochtend te Varsseveld een groot aantal Kruisberggevangenen geliquideerd is… Als represaille voor het ombrengen van vier Duitsers door het verzet, brachten de bezetters in de vroege ochtend van die dag in het Rademakersbroek te Varsseveld 46 Todeskandidaten (‘kleine normoverschrijding’) van de Kruisberg om het leven!
Te Silvolde steeg de spanning ten top…
Zaterdag 3 maart, zondag 4 maart, maandag 5 maart, dinsdag 6 maart,  woensdag 7 maart,  donderdag 8 maart, vrijdag 9 maart…
Misschien heeft men in Silvolde nog niet gehoord dat de Duitsers 8 maart bij de Woeste Hoeve op de Veluwe 117 vaderlanders gedood hadden…
Maar op zaterdag 10 maart keren Albers, Gries en Breukelaar (3) weer gezond en wel in Silvolde
terug…
Waarschijnlijk zijn de Silvoldenaren gespaard gebleven van het etiket ‘Todeskandidaat’, en zodoende ook zelf gespaard gebleven!
Maar in vele andere dorpen en steden daalde het verdriet om de fusillades in alle hevigheid neer!
In tegenstelling met het bovenstaande is men aan de Ulftseweg en de Bergstraat enorm dankbaar en blij dat de drie behouden in hun midden terug mochten keren!
En op Goede Vrijdag 30 maart rollen de Engelse gevechtswagentjes vanuit de Bontebrug over de Steenweg richting Silvolde…
Bij de Bergstraat houden ze halt… en maken de Tommies en de buurtgenoten een vreugdedans over de straat!
En in ’t vervolg kon je in de kapsalon van Gerrit Gries aan de Ulftseweg weer frank en vrij je mening over alles en nog wat verkondigen; er was geen luistervink/verklikker van welke vijand dan ook meer te bekennen!

Noten:
(1) De nazi’s hadden toentertijd de straten met namen van nog in leven zijnde leden van het koninklijk huis van een neutrale naam voorzien; reden waarom het Julianaplein toen Thorbeckeplein heette.
(2) In het boek ‘Woeste Hoeve, 8 maart 1945’ (1995) van Henk Berends staat onderaan op blz. 23 genoteerd: ‘Een centrale figuur binnen de gevangenis was kapper Gries uit Varsseveld.
Hij moest zijn beroep blijven uitoefenen. Op die manier leerde hij natuurlijk de namen van veel gevangenen kennen’. Met Varsseveld zal bedoeld zijn: Gemeente Wisch-Gemeentehuis Varsseveld.
(3) Idem, blz. 202: ‘Omstreeks half maart kreeg de familie (Blaauw te Doornspijk) een brief van Gerrit Breukelaar te Silvolde, die zelf op 10 maart uit de Kruisberg was ontslagen.’
Hoogstwaarschijnlijk zijn Albers en Gries ook op de 10de maart vrijgelaten; waarschijnlijk kwamen alle drie gelijktijdig vrij.