luchtbombardementen op doetinchem

Gedurende de oorlog werd Doetinchem talloze keren gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Ze lieten onder meer bommen vallen op de spoorlijn, de GTW-loodsen en Vliegveld Groenendaal. De binnenstad bleef echter gedurende de gehele bezettingstijd vrijwel onaangetast. Totdat op 19, 21 en 23 maart 1945 Britse en Amerikaanse vliegtuigen het historische centrum van de stad bombardeerden. Daarbij werden 120 gebouwen verwoest en vielen er 160 doden. Vrijwel alle belangrijke monumentale panden, waaronder het 18e eeuwse gemeentehuis en de Catharinakerk, lagen in puin. Het hart was uit de stad gerukt.

door Karel Berkhuysen

Na een wekenlange verbeten strijd op Duits gebied hebben de geallieerden half maart de zuidelijke Rijnoever bereikt. De Duitsers hebben echter alle bruggen over de rivier opgeblazen. Pal over de Nederlandse grens maken Canadese en Britse troepen zich dan ook op voor een cruciaal geachte Rijnoversteek met amfibievoertuigen: operatie Plunder. Immers, pas dan kunnen ze verder Duitsland intrekken en het voor de oorlogsindustrie zo belangrijke Ruhrgebied veroveren.
Honderd kilometer stroomopwaarts, na Duisburg, bevinden zich de Amerikanen. Zij hebben inmiddels op wonderbaarlijke wijze een ongeschonden brug bij Remagen in handen gekregen.
Op de dijken plaatsen Canadezen en Britten generatoren die kunstmatige rook produceren. Op die manier wordt de rivier aan het oog onttrokken om zodoende een oversteek te maskeren.
De noordoever verklaren ze tot operatiegebied. Het betreft het gebied tussen Millingen, Doetinchem, Aalten, Dorsten en Duisburg; een strook van 25 bij 100 kilometer. In dat gebied, waarin Doetinchem zich precies aan de rand bevindt, dienen eerst zoveel mogelijk Duitse troepen uitgeschakeld te worden. Daarnaast moeten wegen en spoorlijnen onklaar worden gemaakt om een eventuele aanvoer van troepen en materieel te voorkomen. Dat gebeurt op twee manieren: door onbarmhartige artilleriebeschietingen vanaf de zuidoever en door bombardementen vanuit de lucht.
Emmerich is al op 7 oktober 1944 voor 97 procent verwoest. Vrijwel alle steden in het Rijnland ondergingen inmiddels eenzelfde lot: ook van bijvoorbeeld Kleve, Goch en Kevelaer is weinig meer over. Nu zijn onder meer Rees en Wesel aan de beurt. In een mum van tijd rest slechts een maanlandschap. Niet geheel toevallig, want tussen die beide steden in heeft de Britse velmaarschalk Montgomery de Rijnoversteek gepland. Toch wordt niet alleen daar gebombardeerd. Als dat immers wel zou gebeuren zou hij daarmee ook de oversteeklocatie prijsgeven. Er wordt dan ook in het gehele gebied op grote schaal gebombardeerd.
Op de noordoever zijn maandenlang talrijke door dwangarbeiders gegraven verdedigingswerken aangelegd. Onder hen duizenden Nederlanders. Honderden kilometers loopgraven en tankgrachten doorsnijden het landschap. Doetinchem wordt omgeven door ruim 70 kilometer loopgraaf. Daarnaast zijn bunkertjes geplaatst en wegen en bruggen ondermijnd. In de binnenstad staan tramwagons klaar die zijn volgegoten met beton, om de toegangswegen af te sluiten. Doetinchem, van strategisch belang door de weg- en spoorverbindingen en de bruggen over de Oude IJssel, is een egelsteling. Vele tientallen Duitsers staan klaar om het met hand en tand te verdedigen.




Op zondagmiddag 18 maart, om tien voor vier, vliegen er twee spitfires boven de stad. Het zijn Britse fotoverkenningsvliegtuigen die met haarscherpe foto’s minutieus de situatie in beeld brengen. Duits Flak-luchtafweergeschut* dat bij de Walmolen staat opgesteld, weet echter een van de toestellen te raken. Piloot Maitland** weet niet tijdig te springen en stort met zijn vliegtuig neer bij boerderij De Stokhorst***.   

De volgende ochtend verschijnt er om half negen een squadron Britse Typhoon-jachtbomenwerpers. Ze bombarderen diverse Flak-posities, onder meer bij vliegveld Groenendaal. Tevens bestoken ze een munitieopslagplaats in de Kruisbergse Bossen achter havezathe Hagen. Daarnaast wordt het nieuwe Nemahocomplex aan het Zaagmolenpad gebombardeerd waar Duitse legervoertuigen worden gerepareerd. Ook bombardeert een vliegtuig twee panden in de Waterstraat****. Er vallen totaal elf doden.

Een dag later, op dinsdag 20 maart, geeft het Doetinchemse verzet door dat het beoogde doel in de Waterstraat niet is getroffen; het busje, in de tuin van Misset, staat er nog. De verzetsmensen achten het van groot belang omdat ze vermoeden dat het een Duits verbindingscentrum betreft dat te maken heeft met de coördinatie van artilleriebeschietingen.           

Op woensdag 21 maart zijn er wederom talrijke vliegtuigen boven de stad. ‘s Morgens wordt het complex van de GTW gebombardeerd. Ook wordt een aantal woningen in de omgeving getroffen.
Daarna houdt het vliegen niet op. De gehele dag zijn er vliegtuigen te zien. Veel Doetinchemmers brengen dan ook een groot gedeelte van de tijd in kelders door.
Ook om zeven minuten voor vijf zijn er vliegtuigen boven de stad: twee squadrons Britse Bostons. Ze lijken door te vliegen, maar keren vervolgens om. Boven het centrum openen ze vervolgens hun bommenluiken. De eerste bommen treffen het kantoorgebouw van Misset en de gemeenteloods en brandweerkazerne bij het treinstation. Ook de Groen van Prinstererschool krijgt een voltreffer. Het gebouw heeft maandenlang dienstgedaan als Duits laboratorium, maar nadat de geallieerden Limburg bereikten is de apparatuur op 15 september hals over kop naar Duitsland verplaatst. Sinds januari doet het schoolgebouw dienst als noodhospitaal. Er liggen vele voormalige dwangarbeiders uit het werkkamp Rees. Veertien van hen vinden de dood onder het puin.
Daarna volgt een tapijt van bommen op de binnenstad. De Boliestraat wordt vrijwel volledig met de grond gelijkgemaakt. Ook in de Hamburgerstraat en op de Markt worden talloze panden getroffen, evenals huizen in de Waterstraat. Het Duitse busje, de vermeende verbindingspost, staat in lichterlaaie.


De branden woekeren door, want het brandweermaterieel is ook in vlammen opgegaan. Aan het einde van de dag worden er meer dan 150 doden geteld.Om half tien vallen er nogmaals bommen. Nu worden woningen aan de Wijnbergseweg getroffen en vallen er opnieuw doden te betreuren.

Velen ontvluchten de stad. Tevens wordt het Algemeen Ziekenhuis geëvacueerd. In het donker worden de patiënten en de apparatuur met paarden en platte wagens door de Kruisbergse Bossen naar kasteel Enghuizen in Hummelo gebracht.

Op vrijdagmiddag 23 maart is een groep Amerikaanse bommenwerpers onderweg naar het Duitse Schermbeck, een stadje in het operatiegebied. In de tweede groep ontstaan er echter problemen als de richtapparatuur van de leider beschadigd raakt. Hij geeft opdracht aan zijn vervanger om de leiding over te nemen, maar die heeft daarvoor te weinig tijd. Ze besluiten daarom hun bommen niet te laten vallen. Ze draaien om en vliegen terug via de Veluwe. Daar laat een van de vliegtuigen zijn bommenlast vallen boven Kootwijk. Een ander vliegtuig vliegt door. Om half zes, eenmaal boven Doetinchem laat hij zijn bommen vallen: in de buurt van Ruimzicht, op School Blankensteijn in het Hovenstraatje en op enkele panden in de Grutstraat. In de Hofstraat komen vijf Duitsers om.

Bij de brug fietst een groep spitters uit Eibergen die de hele dag gedwongen loopgraven heeft gegraven. Twee van hen slagen er niet in om op tijd in een loopgraaf te duiken als daar ook een bom valt en komen om.
Een uur later steekt de Britse 51ste divisie met amfibievoertuigen bij Wesel en Rees de Rijn over. Vervolgens landen er 12 duizend parachutisten in de buurt van Hamminkeln, amper 30 kilometer van Doetinchem. Canadese genietroepen bouwen vervolgens zo vlug mogelijk baileybruggen van meer dan 500 meter lengte. Daarna trekken er vele honderdduizenden manschappen over. Een deel ervan zal op weg gaan naar de Achterhoek.  





        
* Flak; Flieger Abwehr Kanone.
** Maitland overleefde niet. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Loolaan. Daar is zijn graf nog steeds.
** Het huidige Sportpark-Zuid, nabij de ijsbaan.
*** Ook wel kasteel De Kelder genoemd.
**** Overling’s Bank en schoenmakerij Diepenbroek. Duidelijk is dat dat niet het vwerkelijke doel was.



19 maart 1945

    

21 maart 1945  


23 maart 1945


Overige bombardementen

  • 25 juni 1940: Agterhof

  • 14 augustus 1940: weiland Gaanderen

  • 30 augustus 1940: kerk Gaanderen

  • 11 november 1940: Rozegaardseweg

  • 17 november 1940: Rijksweg Gaanderen

  • 26 maart 1943: Kerkstraat Gaanderen

  • eind september 1944: GTW-loodsen

  • begin oktober 1944: GTW-loodsen

  • 13 oktober 1944: GTW-loodsen

  • 10 november 1944: Agterhof-Holtslag
    (2 doden: Jacob en Herman Holtslag)

  • 30 november 1944: Beccon
    (5 doden. Directeur B. F. M. Becking, 2 xx< 2 Duitse militairen)

  • 14 februari 1945. J. H. W. Hubscher dodelijk getroffen op WOG-kantoor.

  • xx: Rekhemseweg x (doden, Kappert)

Met het begin van de lente

televisiedocumentaire

Eind maart 1945, kort voor de bevrijding door Canadese grondtroepen, werd Doetinchem in een tijdsbestek van vijf dagen getroffen door drie bombardementen. De bommen, afgeworpen door geallieerde vliegtuigen, kostten naar schatting 150 mensen het leven en legden een groot gedeelte van de binnenstad in puin. Daarmee behoorde Doetinchem tot de relatief zwaarst getroffen steden van Nederland. De grote vraag is waarom? Was er sprake van een doelgerichte actie of waren de bombardementen een vergissing? Ging het om een Duitse verbindingspost of om een geheim Duits laboratorium?

Met het Begin van de Lente maakt onderdeel uit van het herdenkingsproject Zestig jaar na dato en kwam tot stand dankzij een bijdrage van het ministerie van VWS en de gemeente Doetinchem.

Productie: Zinopsis - maart 2005

Regie en montage: Wim Maatman. Voice over: Stef Grit. Redactie: Karel Berkhuysen. Interviews: Maurits Nibbering en Karel Berkhuysen. Editing: Marleen Wenting. Graphics: Maarten Hogenkamp.