censuur

de openbare bibliotheek



De ingang van de bibliotheek aan de Gaswal.
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)


Adolf Hitler is in Duitsland nog maar vier maanden rijkskanselier als op 10 mei 1933 studenten en hoogleraren in Berlijn alle boeken van in hun ogen ongewenste auteurs uit de bibliotheek verwijderen. De on-Duitse boeken verbranden ze op een plein.


door Karel Berkhuysen


Ook elders in het land zijn die avond onder het zingen van nazi-liederen dergelijke brandstapels. In totaal gaan tienduizenden boeken van 130 schrijvers op die manier in vlammen op. Daaronder boeken van de joodse schrijvers Sigmund Freud, Heinrich Heine en Walter Rathenau. Ook de werken van de communisten Karl Marx en Lenin en van zogenoemde entartete* schrijvers, zoals Bertolt Brecht belanden op de brandstapels. Tevens gaan monografieën over de moderne kunstenaars Marc Chagall en Paul Klee verloren in het vuur. De in Berlijn wonende pacifist Erich Kästner ziet met eigen ogen hoe zijn boeken worden vernietigd. Vreemd genoeg worden de boeken van de joodse Franz Kafka over het hoofd gezien. Hij is blijkbaar nog niet zo bekend. Ook de werken van Thomas Mann blijven gespaard. Hij is daarentegen té beroemd.

De boekverbrandingen zijn het gevolg van de door het nazi-bewind opgestelde zwarte lijsten van auteurs en publicaties. Op die manier willen de nazi’s de cultuur en de wetenschap saneren. Sommige kenners van de Duitse letterkunde vrezen dan al het ergste. Ze kennen de door de joodse schrijver en dichter Heinrich Heine geschreven tragedie over de moslim Almansor die vertwijfeld tegen de christelijke bezetter vecht tijdens de verbrandingen van de Koran, omdat de katholieke koningen in 1492 zowel joden als moslims uit het pas gevormde Spanje verbannen.


Das war ein Vorspiel nur, dort wo man Bücher verbrennt, erbrennt man auch am Ende Menschen.**



De openbare biblioheek aan de Keppelseweg


* Ontaarde.
** Het zijn Heine’s bekendste zinnen: Dat was slechts een voorspel, daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.

Ook in Doetinchem bestaat er bij een deel van de inwoners sympathie voor het nationaal-socialistische gedachtegoed. De aanhang van de partij die die ideologie aanhangt, de NSB, groeit dan ook. Om de ideeën van de beweging uit te dragen, verspreiden leden het NSB-orgaan Volk en Vaderland en het blad Vrijheid, arbeid en brood. De beide propagandistische bladen worden ook neergelegd in de bibliotheek aan de Keppelseweg. Daar liggen ze echter over het algemeen niet erg lang, want er zijn bezoekers die de bladen laten verdwijnen of verkeerd ‘opbergen’. Dat ontgaat ook bibliothecaris Bartling niet. Hij meldt dat in een bestuursvergadering. Ook laat hij weten dat hij vindt dat de bladen eigenlijk geweerd dienen te worden, maar vanwege de neutraliteit van de bibliotheek ze desondanks een plek zouden moeten hebben. Het bestuur is het daarmee eens en gaat vervolgens unaniem akkoord met het voorstel om de bladen in het vervolg een plaats te geven in het uitleenbureau en ze zonder beperkingen op aanvraag beschikbaar te stellen.



Voor de bibliotheek verwijst een bord naar de Ortskommandantur aan de Dominee van Dijkweg*.
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)


De bibliotheek is gevestigd in een voormalige openbare lagere school. Pal tegenover de ingang staat een imposante boom met een wortelstelsel waarop bankjes zijn bevestigd. Het is een rustieke plek waar menig Doetinchemmer aan is gehecht. Het gebouw bestaat uit een sfeervolle leeszaal met een krakende houten vloer die uitkijkt op een driesprong met een monument dat daar in 1931 ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de GTM** is geplaatst.

Als de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvallen, verbrandt menig socialist en communist nog diezelfde dag zijn eigen politieke boeken en lectuur. Ze beseffen maar al te goed dat zij vanwege hun overtuiging gevaar gaan lopen tijdens de komende fascistische overheersing.
Drie dagen later, als de gevechten nog in volle gang zijn, adviseert de Doetinchemse burgemeester Duval Slothouwer bibliothecaris Bartling om de bibliotheek te sluiten.


* Later omgedoopt tot Hofstraat
** Voorloper GTW. Door het personeel aan de directie is aangeboden. In de volksmond werd het Jan met de Pet genoemd.

Als de volgende dag de capitulatie volgt en de Duitsers het land bezetten, worden ook in Nederland de in nazi-ogen ongewenste boeken uit de bibliotheken verwijderd. Daarnaast passen de Duitsers een strenge censuur toe op publicaties en nieuwsberichten. Ook films, muziek en andere artistieke uitingen worden streng gecensureerd. Tegelijkertijd is er sprake van een eenzijdige nieuwsvoorziening en een uitgekiende nazi-propaganda. Op die manier willen ze bereiken dat ook de Nederlandse bevolking het nationaal-socialistische gedachtegoed over gaat nemen.

Als de Doetinchemse bibliotheek na enige tijd weer is geopend, besluit te bestuur om ingeval van boeken die aan twijfel onderhevig zijn een aanvraagformulier in te sturen zodat beoordeeld kan worden of een boek aan de Duitse voorwaarden voldoet. Een regeling waarvan het bestuur zegt dat het op die manier wil laten blijken dat het van goede wil is en zich loyaal aan de situatie aanpast. Met dat standpunt volgt het de instructie van de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen. Er is slechts één bibliotheek in Nederland die weigert om de boekenzuivering door te voeren: die van de katholieke universiteit Nijmegen. De bibliothecaris ervan laat in november 1940 aan de Duitsers weten dat hij de zuivering niet in overeenstemming kan brengen met zijn eer. Met dergelijke principes weten de Duitsers echter wel raad: ze sluiten hem twee weken in Arnhem op.
Zij hebben zo hun eigen principes. Dat blijkt als er op 15 september 1941 borden verschijnen met de tekst Verboden voor Joden bij de ingangen van parken, zwembaden, dierentuinen, schouwburgen, bioscopen, bibliotheken en leeszalen. Ook op de deur van de Doetinchemse bibliotheek hangt vanaf dat moment zo’n bord.

Al vanaf het begin van de bezetting is de vraag naar boeken bij de Doetinchemse bibliotheek gestegen. Blijkbaar bestaat er een groeiende behoefte om de grauwe werkelijkheid te ontvluchten. Het gevolg is dat de slijtage van boeken dusdanige vormen aanneemt dat in 1944 wordt besloten om in het vervolg nog maar één boek per lid tegelijk uit te lenen. Bibliothecaris Bartling woont dan noodgewongen in een kamer naast de leeszaal, omdat Duitse militairen hun intrek hebben genomen in zijn woning.

Tijdens de bombardementen op de stad eind maart 1945 en de gevechten een week later, blijft ook de bibliotheek niet gespaard. De ravage is groot en er gaan 450 boeken verloren ter waarde van 1673 gulden.
Als twee weken later de stad is bevrijd, is voor het opruimen en schoonmaken voldoende mankracht voorhanden, want dat gebeurt door 'foute' stadgenoten die geïnterneerd zijn in het Bewaar- en verblijfkamp De Kruisberg.