de bevrijding van doetinchem  
1 en 2 april 1945

In de ochtend van 1 april 1945 bereikten Canadese troepen vanuit Gaanderen de oostzijde van Doetinchem. De verzetsmensen Jan Houtsma en Wim Lindenhovius wachtten hen op in de woning van PGEM'er Jan Griess aan de Terborgsweg. Daar hadden zij voortdurend telefonisch contact via het PGEM-telefoonnet met Terborg en Gaanderen over het verloop van de strijd.

Tegenover de woning, bij de boerderij van de familie Heuthorst, maakten Houtsma en Lindenhovius het eerste contact met de Canadezen. Zij informeerden hen over de situatie in de stad. "De bruggen zijn vaanmorgen opgblazen', lieten ze weten. "Maar de PTT-telefooncentrale is nog intact., evenals het PGEM



begonnen ook onmiddellijk zware gevechten, want de Duitsers waren van plan om de stad tot het uiterste te verdedigen.



Het eerste contact van het verzet met de Canadezen. In het midden voorovergebogen Wim Lindenhovius, links naast hem, met pet, Jan Houtsma. Beide Doetinchemmers spelden een belangrijke rol in het verzet. Op de achtergrond de boerderij van de familie Heuthorst.

opgeblazen oude-ijsselbrug


TEKST VOLGT

De door de Duitsers opgeblazen spoorbrug (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)

Gevangengenomen Duiters worden via de Terborgseweg afgevoerd

Een met beton volgegoten tramwagon die na de strijd verplaatst is naar
de Kapoeniestraat (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)

Het pand van ijzerhandel Willemsen op de hoek van de Heezenstraat en het Simonsplein brandde tijdens de bevrijding van de stad volledig uit door het gebruik van vlammenmwerpers door de Canadezen teneinde de Duitsers uit te schakelen.


TEKST VOLGT

In de kelder Duitse verbrande lichamen

canadees verslag

verhaal Jaarboek KB





De afgebrande panden op de hoek van de Heezenstraat en de Markt, gezien vanuit de Hamburgerstraat (Foto Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)