de nederlandsche unie







Om te voorkomen dat de NSB een te groot politiek machtsblok vormt, wordt in juli 1940 met goedkeuring van de Duitsers de Nederlandsche Unie opgericht.
De partij krijgt snel een grote aanhang. Ook veel Doetinchemmers worden lid. Ze beschikken zelfs over een eigen kantoor en weinkel in de Boliestraat


Drie mannen, Louis Einthoven, Jan de Quay en Hans Linthort Homan, richten op 24 juli 1940 de Nederlandsche Unie op. Met die politieke partij proberen ze een tegenwicht te bieden aan de NSB om te voorkomen dat die beweging te veel macht krijgt.

De Unie legt zich neer bij de gewijzigde politieke verhoudingen. Met behoud van Nederlandse waarden is het bereid samen te werken met de Duitsers om te komen tot een nieuwe maatschappij: de Nieuwe Orde. Die visie is wekelijks terug te vinden in het weekblad De Unie dat een oplage kent van ruim driehonderdduizend exermplaren.
Dat spreekt velen aan, al was het maar om zich af te zetten tegen de in hun ogen verwerpelijke NSB. Maar liefst achtonderdduizend mensen worden lid. Met trots dragen velen een Unie-speldje of fietsen rond met een Unie-vlaggetje aan hun fiets. De artikelen zijn onder meer te koop in de Unie-winkels die in veel plaatsen zijn te vinden. Ook in de Doetinchemse Boliestraat, op de hoek van de Hoopensteeg, is een dergelijke winkel. Vrijwilligers geven er aan de hand van voorlichtingsmateriaal informatie over de partij. Maar niet iedereen is enthouisiast. Er zijn ook mensen die vinden dat de partij zich te veel neerlegt bij de Duitse overheersing.
In november 1940 brengen in Doetinchem NSB’ers hun weerzin tegen de Unie tot uiting door een plakactie. Op talrijke huizen plakken ze plakkaten met daarop de tekst: Drie leiders voor twee kwartjes! Word lid van de Unie.

Het driemanschap heeft geregeld onenigheid met de Duitsers, temeer daar de bezetter ze steeds meer beschouwt als anti-Duits. Als vervolgens Duitse legers op 21 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenvallen, komen de drie mannen tot de conclusie dat ze niet langer willen samenwerken.

De Communistische Partij Nederland (CPN) was al direct na de inval verboden. Op 30 juni 1941 volgt ook een verbod van de overige politieke partijen. In december 1941 valt ook het doek voor de Nederlandsch Unie. Alleen de NSB mag blijven bestaan.
Op zaterdagmiddag 13 december stapt de Grüne Polizei het winkeltje in de Boliestraat binnen met de mededeling dat al het materiaal in beslag wordt genomen. Daarop laden ze de spullen, waaronder vele boeken, in hun auto. De Unie-medewerker krijgt verrvolgens de opdracht om de winkel af te sluiten met verduisteringsplanken.

Op een muur bij de hefbrug over de Oude IJssel blijkt in de zomer
van 1941 dat er ook Doetinchemmers zijn die niet veel op hebben
met de Nederlandsche Unie. Op de achtergrond links de woning
van Sachtleven. (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)



In dit pand op de hoek van de Boliestraat en de
Hoopensteeg bevond zich het districtssecretariaat
en de Unie-winkel (foto 2017)