Doetinchem

Sinds Doetinchem in 1236 stadsrechten kreeg, heeft het door natuurgeweld, branden, epidemieën, bezettingen en belegeringen een aanzienlijke hoeveelheid rampspoed te verduren gekregen. De stad werd echter harder dan ooit getroffen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bijna vijf jaar zuchtte het onder oorlogsgeweld, razzia’s, rechteloosheid en onvrijheid. Inwoners sneuvelden als militair tijdens de inval, werden vermoord in kampen, vonden de dood als gevolg van hun verzet of werden slachtoffer tijdens beschietingen.
Ondanks dat doorstond Doetinchem aanvankelijk redelijk ongeschonden de wereldbrand. Maar kort voor de bevrijding werd het in een tijdsbestek van vijf dagen drie keer gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Het kostte 170 mensen het leven en verwoestte een groot deel van de binnenstad.
Canadese troepen bevrijdden de stad een week later. Op 2 april maakten zij een einde aan de Duitse bezetting. De Canadezen troffen echter geen juichende menigte aan.
Doetinchem was vrijwel verlaten.
De stad lag in puin.

de vijf bezettingsjaren  


gegevens



de materiële schade



Deze kaart met de getroffen panden is na de bevrijding gemaakt door Jan Ovink in opdracht van de gemeente, omdat het gemeentearchief tijdens het bombardement op 21 maart 1945 verloren was gegaan. Rood is totaal verwoest, blauw zwaar beschadigd en geel beschadigd. De gedupeerde bewoners moesten zich na de bombardementen bij hem melden in een speciaal voor dat doel opgericht kantoortje. Jan Ovink werd later architect, net als zijn vader Bernard. Beiden speelden een belangrijke rol bij de ontwerpen van woningen bij de wederopbouw.