evacués


Scheveningen, Limburg, Herwen eo, Ooijpolder Arnhem

interview Spaans Scheveningen


Evacués met tienduizenden naar Achterhoek in slotfase oorlog

Uit een artilel van Wim van Heugten

Tijdens de laatste grote gevechtsoperaties in de Tweede Wereldoorlog hebben tienduizenden Nederlanders een goed heenkomen gezocht in de Achterhoek en Liemers. Voor veel op drift geraakten was Kasteel Huis Bergh in 's-Heerenberg in najaar 1944 en begin 1945 een eerste plek van opvang, 'een veilig en behoorlijk onderkomen' zoals kasteelheer Jan van Heek meldt in zijn dagboek.


Al eerder (begin 1943) hadden ruim 1000 inwoners van Scheveningen die weg moesten vanwege de bouw van de Atlantik-wall een veilige plek gevonden in Aalten en Winterswijk. Maar de Achterhoekse gastvrijheid kende tijdens de laatste oorlogsfase een veel grotere omvang dan tot nu toe werd aangenomen. Dat schrijft Wim van Heugten in zijn artikel 'Op drift/Evacués in Achterhoek en Liemers' dat gepubliceerd wordt in het Jaarboek Achterhoek en Liemers nummer 43. Tijdens de Slag om Arnhem waren als eerste al inwoners van 't Loo, Groessen en wat later ook mensen uit Westervoort en Duiven naar Varsseveld 'verhuist'. Huis Bergh bood toen al onderdak aan 150 m/v uit de gevechtszone.



Kaart met frontsituaties en (in oranje) te evacueren gebied - kaart Mr. H.J. Steenbergen-stichting


Door het stilvallen van de geallieerde opmars ontstonden diverse frontgebieden in het zuiden van Gelderland, De Peel en noordelijk Limburg. Uit die gebieden trokken vanaf oktober mensen naar veilige bestemming. Op 14 oktober komt het personeel van Kasteel Doornenburg aan in Bergh. De kasteelheer beschrijft een week later de komst van evacués uit de regio te zuiden van Nijmegen:


'In de namiddag kwamen uit de richting Emmerik groote processies vanuit het oorlogsgebied verdrevenen s'-Heerenberg binnen. Het bleken gezinnen te zijn uit Groesbeek, Leuth, Kekerdom en Millingen, zuidelijk van de Waal. Hun hoeven die zij hadden moeten verlaten, lagen alle in de gevaarlijke zone tusschen de Britse en Duitse linies, die slechts ongeveer 500 meter van elkaar waren.


Een oneindige, droevige file van karren, wagens en voetgangers


Die van Groesbeek hadden ’s morgens half vier moeten vertrekken. Onderweg hadden zij nog even van granaatvuur moeten lijden, wat later op den dag; bij helder licht was dat niet meer het geval. Voor de meesten had de lange tocht over Kleve en Emmerich gelopen; voor sommigen over Griethuizen. Het was een oneindige, droevige file van karren, wagens en voetgangers. Alles wat hun toegestaan was mee te nemen, hadden ze bij zich wat natuurlijk heel weinig was. Evenals de Doornenburgers hadden ze vee en keldervoorraad moeten achterlaten. Een droevige uittocht, die mij sterk herinnerde aan die der Antwerpenaren van sept-oct 1914, waarvan we in Enschede 600 onder brachten.


Wij hebben in den boven-Noordvleugel van het kasteel 84 mannen, vrouwen en kinderen geherbergd, een 15-tal in bedden, de anderen op stroo in de Antoniuszaal. Ze kwamen (pas aan) toen het reeds lang donker was. Ik heb de menschen bewonderd. Zij waren rustig, dankbaar en vol goeden moed. Wij hebben geen enkele klacht over hun gedrag. Heden zullen zij op hun propvol geladen karren hun tocht naar het noorden – wie weet waarheen? –voortzetten. Een speciale vroegmis was voor hen gehouden. ’s-Heerenbergs bevolking heeft de zwervelingen goed ontvangen, en ons was het een genoegen iets voor hen te kunnen doen'.


Limburgers wijken uit naar de Achterhoek


Kort na het schrijven van dit fragment verschijnen in 's-Heerenberg ongeveer 800 mensen die Gennep en Plasmolen in Noord-Limburg zijn ontvlucht. Het front blokkeert een uitweg naar het inmiddels bevrijde Zuid-Nederland en onder begeleiding van de Gestapo komen ze via Duitsland bij 's-Heerenberg weer op Nederlands gebied. Een groot deel van deze groep trekt na een dag verder en reist vooral tijdens schemer en duisternis om beschietingen van geallieerde vliegtuigen te vermijden. Uit Gennep volgen nog veel grotere groepen vluchtelingen die korte tijd later richting Doetinchem vertrekken.


Het Bureau Afvoer Burgerbevolking en het Rode Kruis hebben hun handen vol aan de mensenstromen uit diverse delen van het land. In Harreveld werd een evacuatieziekenhuis ingericht waar onder meer personeel en patiënten van een Millings ziekenhuis en een Genneps sanatorium terecht konden.

Kasteel Huis Bergh - foto Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Getraumatiseerde vluchtelingen


In januari 1945 ontvluchtten veel Noord-Limburgers hun woonplaats via de Duitse plaatsen Weeze, Goch en Kleef en via het veer bij Emmerik richting 's-Heerenberg en Gendringen. De mensen werden ondergebracht in Huis Bergh en het Bonifatiusklooster (het latere Gouden Handen). In vier dagen tijd kwamen er 1200 mensen naar het Berghse kasteel. Veel van hen waren getraumatiseerd zo valt op te maken uit het dagboek van Van Heek. Continue angst voor beschietingen en leven in overvolle en vervuilde kelders, verzorgen van zieke, gewonde familie en het begraven van overleden en omgekomen volwassenen en kinderen legde een zware druk op hen. Ook de lange voettochten door lege en plat gebombardeerde steden als Kleef en Emmerik zorgden voor veel stress bij de evacués.


Duitsers proppen evacués in treinen


Vanaf half januari 1945 regelden de Duitsers evacuatietreinen om niet langer last te hebben van de vluchtenden die hen logistiek in de weg zaten. Via een railroute door Duitsland komen veel mensen dan via de spoorlijn Wesel, Borken en Winterswijk in Zutphen aan. Geallieerden namen de treinen onder vuur en daarbij vielen doden en gewonden. De wagons zaten volgestouwd met mensen, soms zaten de Noord-Limburgers zelfs meerdere dagen in een trein, en er is een verhaal bekend van een koelwagen waar 60 mensen na twee dagen uit werden bevrijd. Vanaf begin februari worden vluchtenden vooral naar het noorden van Nederland gestuurd en komt de rol van de Achterhoek als opvang- en doorgangsgebied ten einde. Exacte cijfers van aantallen evacués in de regio zijn moeilijk te achterhalen, maar het gaat daarbij zeker om tienduizenden. In 's-Heerenberg zijn vanuit Duitsland ongeveer 20.000 Limburgers de grens over gestoken.









Scheveningense evacués voor de Sociëteit (Jan Massink,
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)