de lange weg naar bevrijding


door Karel Berkhuysen




In september 1944 hebben de geallieerden tijdens Operatie Market Garden[1a] de cruciale slag om de Arnhemse Rijnbrug verloren. Het zuiden van Nederland wordt daarna bevrijd, maar boven de grote rivieren blijven de Duitsers de dienst uitmaken. De teleurstelling in de Achterhoek en Liemers is dan ook immens groot. Die langverwachte bevrijding die zo dichtbij leek, is weer ver weg. Ook de inwoners van Doetinchem beseffen dat hen opnieuw een zware tijd te wachten staat. Hoe zwaar dat laatste halve oorlogsjaar zal blijken te zijn, kan op dat moment nog niemand bevroeden.


Na een aanvankelijk chaotische situatie voelen de Duitsers zich na de door hun gewonnen slag rond Arnhem al snel weer heer en meester in het noordelijke deel van Nederland. En dat laten ze nadrukkelijk blijken. Toch wordt duidelijk dat ze de oorlog niet meer kunnen winnen, want steeds vaker vliegen er grote groepen geallieerde bommenwerpers over om Duitse steden en industrieën te bombarderen. Dan buldert ook rond Doetinchem het luchtafweergeschut. Zowel overdag als ’s nachts. Voor de inwoners is dat elke keer opnieuw een angstaanjagende ervaring. Velen blijven daarom vaak ‘s nachts wakker of slapen in de kelder van hun woning omdat ze zich daar veiliger wanen.
Ook de familie Gerritsen brengt de nachten in de kelder door. Hun huis staat aan de Varsseveldseweg, pal tegenover de Veemarkt[1]. Frans is typograaf bij Uitgeversmaatschappij Misset en getrouwd met Jo Wennink. Zij hebben twee dochters: de 23-jarige Iet en de 18-jarige Janny. Iet werkt op het verzekeringskantoor van meneer Bon. Hij woont sinds kort met zijn vrouw en dochter Corry bij de familie Gerritsen in huis omdat de NSB’er Daems[2] na zijn benoeming tot burgemeester van Doetinchem hun woning met kantoor op het Pasplein heeft gevorderd.


x

Onder de schuilnaam Mien Dales maakt Iet deel uit van een verzetsgroep. Ze was ooit begonnen met de verspreiding van de illegale krantjes Vrij Nederland en Trouw en met het onderbrengen van onderduikers[3], maar inmiddels is ze koerierster van een zendgroep die uit drie vrouwen en vier mannen bestaat. Ze observeert onder meer militaire objecten en verzamelt strategische informatie. Tevens brengt ze codeberichten naar marconisten die ze vervolgens doorseinen. Ook brengt ze doorgeseinde ontvangen berichten naar andere verzetsgroepen. Voor dat doel heeft ze een zakje aan de binnenkant van haar jarretelgordel genaaid. De informatie die haar groep verzamelt, wordt door middel van een zender verzonden naar het Bureau Inlichtingen[4]. Aanvankelijk gebeurde dat naar Londen, maar nu Zuid-Nederland is bevrijd, gaan de berichten naar Eindhoven. Daaronder vele gegevens over Duitse verdedigingswerken.
In een wanhopige poging de geallieerde opmars te stuiten, worden dat er steeds meer. Organisation Todt[5] dwingt vele duizenden mannen om loopgraven en tankgrachten te graven.
In Doetinchem hebben zich uiteindelijk 1700 mannen[6] gemeld nadat de Duitsers zestien Doetinchemmers van hun bed hadden gelicht en dreigden hen te fusilleren indien er onvoldoende mannen zouden verschijnen[7]. Sindsdien zorgen deze spitters ervoor dat er kilometerslange loopgravenstelsels[8] rond de stad ontstaan. Vervolgens plaatsen de Duitsers er tientallen betonnen bunkertjes[9]. Ook worden mitrailleursnesten en plaatsen voor geschut aangelegd en wegen en bruggen ondermijnd. Iet beseft dat de Duitsers van plan zijn om de stad tot het uiterste te verdedigen. Ze huivert bij die gedachte.


De arrestatie

Na het mislukken van Market Garden is het front ten zuiden van de grote rivieren, bij de Maas in Limburg en halverwege de Ooijpolder[10] tot stilstand gekomen. Nijmegen is weliswaar bevrijd, maar ligt nog steeds onder Duits artillerievuur. De winter is streng en in het westen van het land heerst hongersnood[11]. Er zijn talloze razzia’s waarbij duizenden mannen worden opgepakt voor graafwerkzaamheden of Arbeitseinsatz[12].
Door die situatie en de nieuwe frontlinie neemt de repressie toe en daardoor ook het verzetswerk. De groep waar Iet deel van uitmaakt, heeft dan ook dringend behoefte aan een extra koerierster. Na onderling overleg wordt besloten dat Iet voor die taak een jonge Doetinchemse zal benaderen.
Als Iet haar die vraag stelt[13], zegt het meisje dat ze over dat voorstel na wil denken. Een week later vertelt ze dat ze er met haar vader over heeft gesproken. “Hij wil weten wie er nog meer deel uitmaken van de verzetsgroep”, zegt ze.
Iet schrikt. Dat gaat niet door, denkt ze en zegt dat ze het hierbij wil laten.

Maar daar blijft het niet bij. Op woensdagavond 31 januari, om half negen, omsingelen acht Duitsers en twee Nederlanders de woning van de familie Gerritsen. Het zijn leden van de Sicherheitsdienst[14]. Iet zit in de woonkamer, samen met haar moeder en Janny. Haar vader is bij Misset aan het werk. Als de SD’ers op de deur kloppen[15], doet Iet nietsvermoedend open. Onmiddellijk stormen de mannen met veel geschreeuw naar binnen. Vervolgens doorzoeken ze het hele huis, inclusief de zolder en de kelder. Het portret van koningin Wilhelmina rukken ze van de muur en trappen het kapot. Tevens moeten er een paar herinneringstegeltjes aan geloven. Ook gooien ze alle boeken uit de boekenkast. Als ze het zorgvuldig bewaarde zilvergeld[16] vinden, verdwijnt het in hun zakken. Ook ontdekken ze twee dagboeken van Iet. De overige, waarin ze ruim drie jaar dagelijks heeft geschreven, heeft ze onder de vloer verborgen. Evenals talloze papieren en documenten, waarvan de twee Nederlanders vermoeden dat het om belangrijk bewijsmateriaal gaat, worden de twee dagboeken in een tas gestopt.
Iet, Janny en hun moeder krijgen te horen dat ze mee moeten. Kort voordat ze worden weggevoerd slaagt Iet erin om meneer en mevrouw Bon toe te fluisteren: “Doorgeven aan Dinie Demmink[17].”

Vervolgens rijden er twee auto’s voor. Onder begeleiding van een Nederlander en twee officieren moeten Iet, Janny en hun moeder in de eerste auto plaatsnemen. Daarna rijden ze naar de SD-Dienststelle op het Thorbeckeplein[18]. Iet schrikt als ze daar in een kamer de vader ziet zitten van het meisje dat ze voor de koerierstersrol had gevraagd. Daarna wordt ze verhoord. Aanvankelijk zijn de SD’ers vriendelijk, maar niet veel later schreeuwen ze tegen haar en uiten ze talloze dreigementen. Ze blijken te weten dat Iet berichten voor het verzet doorgeeft. Nu willen ze weten aan wie. Ze leggen haar een getypte en ondertekende verklaring voor van het meisje dat ze in oktober had gevraagd om koerierswerk te doen. De dag, het tijdstip en zelfs de route die ze samen hadden gewandeld klopt. Ook valt te lezen hoe Iet tijdens die wandeling haar had benaderd om illegaal werk te doen, maar dat zij daar niet op in was gegaan nadat ze er met haar ouders over had gesproken.

Iet beseft dat ze is verraden[19]. Ze vermoedt echter dat de SD’ers niet of nauwelijks over andere informatie beschikken. Ze weigert daarom om de verklaring te ondertekenen. Zelfs niet als ze dreigen om Janny en haar moeder[20] naar een strafkamp te sturen en haar vader[21] naar Duitsland. Want ook hij is inmiddels opgepakt en zit in een cel met een Britse piloot in de SD-gevangenis De Kruisberg[22].

Iet belandt na het verhoor dat de hele nacht duurt de volgende ochtend eveneens in een cel in De Kruisberg. In die cel verblijven nog vier vrouwen: Truus Bresser uit Arnhem, Jan Adams uit Barneveld, Minie Rietman uit Doetinchem en zuster Schouten uit Dedemsvaart[23]. Alleen zuster Schouten, een wijkverpleegkundige, beschikt over een brits. De anderen slapen op de grond. In de hoek staat een ton waar ze hun behoefte moeten doen. Die loopt echter voortdurend over. Voor de Duitse bewakers blijkbaar een reden om ondanks de smeekbedes vanwege de dorst hen niet van water te voorzien. “Wenn Sie nicht trinken, brauchen Sie auch nicht zu piesen”, krijgen ze te horen van bewaker Kloostermayer.

Het dagelijkse eten bestaat uit een stuk klef brood en een kom waterige soep met een stukje knol. Slechts af en toe zijn er aardappels met bietjes.
Iet wordt geregeld uit haar cel gehaald voor verhoor. Daarbij schreeuwen en tieren de SD’ers en houden haar telkens een proces-verbaal voor met een bekentenis. Ze blijf echter weigeren om dat te ondertekenen en houdt vast aan een eerder verzonnen verhaal. Daarbij heeft ze veel baat bij de Britse instructies die ze ooit had gekregen. Ze vraagt zich evenwel vele malen af of ze het uiteindelijk zal overleven. Ze beseft maar al te goed waartoe de Duitsers in staat zijn.  


De vrijlating

Begin februari valt de dooi in. Voor de geallieerden het sein om de strijd weer in volle hevigheid te hervatten. Op 8 februari trekken ze de Maas en de Duitse grens over richting Rijnland[24]. Vervolgens woedt er een nietsontziende strijd met aan beide zijden grote aantallen slachtoffers. Met name in het Reichswald zijn de gevechten hevig.

Dat de geallieerden naderen, dringt ook bij Iet en haar celgenoten door. Het verdriet is dan ook groot als ze horen dat voor veel medegevangenen die naderende bevrijding te laat zal komen: eerst worden op vrijdag 2 maart 46 mannen uit naastgelegen cellen gehaald. Als represaille voor een aanslag van het verzet in de omgeving van Aalten[25] worden deze zogeheten Todeskandidaten[26] in het Rademakersbroek bij Varsseveld gefusilleerd.

Vijf dagen later wacht 25 andere gevangenen eenzelfde lot. Vanuit De Kruisberg worden ze naar de Woeste Hoeve[27] gebracht waar ze vanwege een verzetsaanslag op Generalkommissar en SS-Polizeiführer Hanns Rauter op die plek samen met 92 anderen worden geëxecuteerd.

Dan wordt Iet ziek. Dat blijkt haar geluk, want door haar gezondheidstoestand en het feit dat er geen bewijs of bekentenis is, wordt ze na ruim vijf weken gevangenschap op zondag 11 maart vrijgelaten.





Op dag van Iets vrijlating bereiken Britten en Canadezen de zuidoever van de Rijn, onder meer in de buurt van Emmerich en Wesel. Vervolgens plaatsen ze over een lengte van honderd kilometer generatoren op de dijken die kunstmatige rook produceren. Op die manier wordt de Rijn aan het zicht van de Duitsers onttrokken. De troepen maken zich vervolgens op om de rivier over te steken. Om die oversteek mogelijk te maken, wordt de noordoever tot operatiegebied bestempeld. Daar dient vooraf zoveel mogelijk Duitse weerstand te worden uitgeschakeld en moeten wegen en verbindingen worden gebombardeerd. Ook Doetinchem valt binnen dat operatiegebied.

Op maandagmorgen 19 maart verschijnen er Britse jachtbommenwerpers boven Doetinchem. Ze bombarderen Vliegveld Groenendaal, een munitieopslagplaats in de Kruisbergse Bossen en een werkplaats van legervoertuigen in de Nemahofabriek. Tevens worden twee panden in de Waterstraat[28] getroffen.

Twee dagen later, op woensdag 21, maart verschijnen er opnieuw vliegtuigen boven de stad. Iet staat voor het huis, samen met Janny en mevrouw Bon. Het is kwart voor vijf als ze zien hoe een groep bommenwerpers overvliegt. Maar dan keren de vliegtuigen plotseling om en komen ze terug. Eenmaal boven het centrum laten ze hun bommen vallen. Iet rent met de anderen de kelder in. Ze mist de laatste treden van de keldertrap en valt op de vloer. Terwijl ze ligt, klinkt er een daverende klap. Daarna volgen er nog vele.
Als het na enige tijd stil is, gaat iedereen naar boven. Door stofwolken zien ze daar echter niets. Als die enigszins zijn opgetrokken, ontwaren ze een paar fietsen op de straat. Pas na enige tijd verschijnen er mensen. Terwijl in de binnenstad dikke rookwolken opstijgen, komen er steeds meer mensen aanlopen: huilend, en veelal bebloed en gewond.
Omdat Iet als EHBO’er voor het Rode Kruis werkzaam is, gaat ze onmiddellijk naar het Algemeen Ziekenhuis[29]. Het gebouw is niet getroffen, maar wel zijn alle ruiten kapot zodat er overal glas ligt. De gewonden stromen in grote getalen binnen en zorgen ervoor dat alles onder het bloed komt te zitten.
Terwijl de binnenstad verandert in een grote vuurgloed, de toren van de Catharinakerk brandt en ook dichtbij huizen in lichterlaaie staan, is dokter Smeenk belast met de behandeling van mensen met een shock. Iet helpt haar daarbij. Beiden zitten onder het bloed. Ze zien verwondingen die ze nog nooit eerder hebben gezien. Daaronder veel verbrijzelde armen en benen.
De gangen liggen vol met kermende mensen. In de achterste wachtkamer liggen mensen die niet meer geholpen kunnen worden. Als het nog kan, krijgen ze een beetje water. Sommigen zijn al dood. Anderen krijgen bloed toegediend. Onder andere van het keukenpersoneel van het ziekenhuis. Iet herkent veel mensen. Velen sterven onder haar handen[30].


Canadezen hebben Doetinchem bereikt


Op vrijdagmiddag 23 maart wordt over de grens de noordelijke Rijnoever op onbarmhartige wijze bestookt door artillerie op de zuidelijke oever. Ook Megchelen krijgt het zwaar te verduren.
Om half zes is er wederom een luchtbombardement op Doetinchem. Ditmaal door Amerikanen. Opnieuw vallen er bommen in en rond het centrum. Naast vijf Duitsers worden twee fietsende spitters gedood. Diezelfde avond steken de geallieerden bij Wesel de Rijn over[31].

Na vijf dagen van gevechten op Duits grondgebied bereiken de geallieerden op 28 maart bij Megchelen de Nederlandse grens. Kort daarop wordt het zwaargehavende dorp de eerste bevrijde plaats in Noord-Nederland. Daarna trekken de Britten in de grensstreek noordwaarts en zetten de Canadezen hun opmars voort in westelijke richting, de Achterhoek in. Vervolgens veroveren ze Gendringen, Ulft en Terborg.     

Op zaterdag 31 maart verlaten veel Duitsers Doetinchem. Een deel blijft echter om de stad te verdedigen. De volgende dag, zondag 1 april, eerste paasdag, ’s morgens iets voor negen uur, blazen ze de hefbrug en de spoorbrug op. Daarna doen ze dat ook met het wegdek van enkele wegen.

Iet is thuis, samen met haar ouders, Janny en de familie Bon. Om half elf horen ze geweervuur en mitrailleurs. Het zijn schoten die vervolgens steeds dichterbij komen. Het donderen van het grote geschut is verstomd. Een uur later, terwijl ze na de warme maaltijd net met de pudding willen beginnen, klinken de inslagen van granaten. Met bordjes en lepels gaan ze gauw naar de kelder. Daar eten ze de pudding op.

In de woning van PGEM’er[32] Jan Griess aan de Terborgseweg[33] bevinden zich de verzetsmensen Jan Houtsma en Wim Lindenhovius. Ook Wims zwager Henk van Aalderen heeft zich bij hen aangesloten. Griess wordt binnen het verzet De Telefoonman genoemd, omdat hij diverse illegale telefoonleidingen[34] heeft aangelegd en verzetsinformatie via het diensttelefoonnet van de elektriciteitsmaatschappij[35] doorbelt naar Arnhem. Ook in de kelder van zijn woning heeft hij diverse telefoonverbindingen tot stand gebracht.
Jan Griess is niet thuis. Hij bevindt zich op de centraalpost[36] van het PGEM-kantoor in de Grutstraat. Daar komt hij handen te kort om de vele telefoontjes te behandelen.
In zijn woning wachten de verzetsmensen bij de PGEM-telefoon op berichten over de geallieerde opmars. Als het toestel overgaat en een van hen opneemt, klinkt het opgewonden aan de andere kant van de lijn: “De Canadezen rijden door Gaanderen!”
Kort daarop zien de mannen in de verte een jeep naderen, gevolgd door een groot aantal carriers[37]. Ze rennen naar buiten en wachten aan de overkant van de weg de Canadezen op.
Als de colonne voor de woning is gestopt, overleggen ze met enkele officieren.
“De Duitsers hebben de bruggen over de Oude IJssel opgeblazen en de toegangswegen naar het centrum zijn geblokkeerd met tramwagons die zijn volgegoten met beton”, melden de verzetsmensen. “En de PTT-telefooncentrale is ondermijnd.”
In een poging het opblazen van de centrale te voorkomen, gaan Wim Lindenhovius en enkele anderen op verkenning. Al bij de muziekkoepel aan de rand van de binnenstad worden ze echter beschoten door de Duitsers. Even later horen de mannen een harde knal: het is de telefooncentrale[38] die de lucht in gaat.
Ook die explosie is bij de familie Gerritsen te horen. Zij zitten samen met de familie Bon nog in de kelder. Als echter om vijf minuten over vier het schieten wat afneemt, kijkt mevrouw van Bon door een raampje in de gang even naar buiten.
“Het zijn Engelsen”, roept ze opgetogen.
In de kelder is er ongeloof. Toch haast iedereen zich onmiddellijk naar boven. Voorzichtig openen ze de voordeur om door een kier naar buiten te kijken. Pantservoertuigen…! Terugtrekkende Duitsers, is de eerste gedachte. Als echter een vierde voertuig passeert, zien ze dat er een afbeelding van een ster op staat. Dan klinkt er gejuich van mensen aan de overkant van de straat. Janny pakt onmiddellijk een witte zakdoek en Iet ziet zo gauw niets anders dan een roze onderbroek van Janny. Even later staan ze er mee te zwaaien aan de kant van de weg. Dat is echter van korte duur, want plotseling wordt er weer geschoten. Opnieuw zoeken ze de daarom snel de kelder op.
Het schieten duurt evenwel niet lang. Als ze uit de kelder komen, zien ze hoe de Canadezen de huizen in de omgeving doorzoeken. Iet rent op hen af. Een van hen feliciteert haar. Als zij hem even later een paar eieren geeft, verschijnen er nog vijf Canadezen. Allemaal laten ze zich daarna bij haar thuis de overige eieren, de thee, het wittebrood met hamspek en het roggebrood met kaas goed smaken. Op hun beurt delen de militairen sigaretten uit. Ze zijn moe. “We hebben sinds gisteravond niet gegeten en twee nachten niet geslapen”, vertelt een van hen.
Als ze het eten op hebben en Corry en Janny nog een paar foto’s hebben gemaakt, lopen ze gezamenlijk naar de Houtkamp. De meisjes zijn van plan om daar naar de passerende tanks te kijken en de Canadezen willen er verder met het doorzoeken van huizen. Als pelotons-commandant MacDonald bij Villa Aurora[39] is, slaat daar op enkele meters afstand een granaat in. Corry en Janny rennen samen met enkele andere militairen bij de villa naar binnen. Als ze op de keldertrap zijn, slaat een granaat in bij het kelderraam. Steen en beton vliegen door de kelderruimte die zich onmiddellijk vult met stof en rook. In paniek proberen Corry en Janny de trap weer op te rennen. Een Canadees wil de meisjes tegenhouden, maar op dat moment wordt het gebouw bestookt met nog meer granaten. Talloze salvo’s raken de villa. De Canadees wordt geraakt in zijn been en valt van de trap. Twee militairen pakken een matras en houden die voor het kelderraam om de ontploffingen en brokstukken tegen te houden terwijl twee andere Canadezen de meisjes vastpakken om hen met hun lichamen te beschermen.

Even onverwachts als het vuren begon, houdt het na enige tijd weer op. Als ze daarop met zijn allen de kelder willen verlaten, zien ze boven aan de trap Walter Edward Brown[40] op zijn rug liggen. Hij is dood. Corry en Janny moeten over hem heen stappen om naar buiten te kunnen komen. Ze realiseren zich hoe ze kort ervoor nog gezellig thee hadden gedronken met De Lange[41], zoals ze hem hadden genoemd.  

Tijdens de beschietingen[42] heeft Iet weer met haar ouders in de kelder van hun woning gezeten. Hoewel er in de binnenstad[43] nog volop wordt geschoten, durven ook zij weer naar buiten te komen nu de granaataanval op hun omgeving voorbij lijkt.
Als Iet bij café Ketz komt, ziet ze hoe tanks via de Holterweg de stad binnenrijden. Dan ziet ze ook haar vader aan de overkant van de weg. Hij staat te zwaaien met een zakdoek. Bij elke passerende tank telkens drie keer. Hij lijkt wel grensrechter, denkt ze. Ze moet vertederd om hem lachen. Ze denkt plotseling ook aan vijf jaar eerder. Toen op de radio de capitulatie bekend werd gemaakt en zij hem voor het voor het eerst van haar leven had zien huilen.





voetnoten
[1a] Het plan van de geallieerden was om vanuit België een corridor te bewerkstelligen via Eindhoven, Grave, Nijmegen en Arnhem om zodoende de Duitse verdedigingslinie de Westwall (Siegfriedlinie) te omzeilen. Vervolgens zou snel het voor de Duitse oorlogsindustrie belangrijke Ruhrgebied bereikt kunnen worden.
[1] De Varsseveldseweg begon toen al bij de Terborgseweg. Het dubbele huis tegenover de Veemarkt werd in 1972 afgebroken vanwege de uitbreiding van de losplaats voor het vee.
[2] De uit het Brabantse Roosendaal gevluchte Jacques Daems volgde burgemeester Willem Duval Slothouwer op. Duval Slothouwer had zich op 2 september 1944 ziekgemeld en was daarna ondergedoken.
[3] Vooral na september 1944 dienden zich steeds meer onderduikers aan. Dat betrof onder meer dertigduizend personeelsleden van de Nederlandse Spoorwegen vanwege de spoorwegstaking. Ook onttrokken zich steeds meer mannen aan de Arbeitseinsatz en de graafwerkzaamheden.
[4] Het Bureau Inlichtingen (BI) was een op 28 november 1942 in Londen opgerichte Nederlandse militaire inlichtingendienst die was belast met spionage. Het BI werkte nauw samen met de Britse Secret Intelligence Service (SIS). Vanaf juli 1943 had Jan Marginus Somer de leiding van de BI.
[5] Organisation Todt (OT) was een naziorganisatie die was belast met bouwwerkzaamheden. De organisatie was genoemd naar ingenieur Fritz Todt, rijksminister voor bewapening.
[6] Dat betrof mannen tussen de 16 en 60 jaar.
[7] De zestien gegijzelden werden vanaf 30 oktober gevangengehouden in het Juvenaat in Zevenaar.
Op 12 november werden ze vrijgelaten.
[8] Uiteindelijk bedroeg de totale lengte van de loopgraven rondom Doetinchem in maart 1945 ruim zeventig kilometer.
[9] De zogenaamde Koch-bunkers werden bij Tiecken aan de Wijnbergseweg gemaakt. Aan de binnenzijde stond daarom een T.
[10] De Ooijpolder ligt tussen Nijmegen en de Duitse grens.
[11] Vanwege Market Garden had de Nederlandse regering in Londen op 17 september 1944 het spoorwegpersoneel opgeroepen om in staking te gaan zodat de Duitsers niet in staat zouden zijn materieel en manschappen per spoor aan te voeren. Aan die oproep werd massaal gehoor gegeven. Als represaillemaatregel blokkeerden de Duitsers de aanvoer van brandstof en voedsel. In het westen van het land stierven daardoor meer dan twintigduizend mensen van de honger. De winter van 1944-1945 wordt daarom de hongerwinter genoemd.
[12] De Arbeitseinsatz was de verplichte tewerkstelling in Duitsland.
[13] Op een zondag in oktober.
[14] De Sicherheitsdienst was de inlichtingendienst van Nazi-Duitsland.
[15] De bel functioneerde niet omdat de elektriciteit was afgesloten.
[16] Er gold een verplichting om metalen in te leveren. Die werden vervolgens gebruikt voor de Duitse oorlogsindustrie. Ook de zilveren munten moesten worden ingeleverd. Dat deden uiteindelijk slechts weinigen. De munten werden vervangen door geldstukken van zink.
[17] Dinie Demmink maakte ook deel uit van de verzetsgroep en deed dat onder de schuilnaam Annie Hendriks.
[18] Het SD-Einsatzkommando was gevestigd in een pand aan het Julianaplein, toen op Duitse last omgedoopt tot Thorbeckeplein omdat namen van in leven zijnde leden van het koninklijk huis dienden te verdwijnen.
[19] Na de arrestatie van Iet stopte de groep met verzetsactiviteiten om opsporing te voorkomen.
[20] Iets moeder en Janny werden als snel vrijgelaten.
[21] Iets vader werd na enige tijd vrijgelaten.
[22] Het Rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg was op 5 september 1945 (Dolle dinsdag) door de Duitsers gevorderd. Daarna werd het door de Sicherheitsdienst in gebruik genomen als noodgevangenis. Vanaf oktober 1944 vestigde zich een SD-Einsatzkommando in Doetinchem. Zij hadden met name tot doel om het georganiseerd verzet te bestrijden. In de SD-gevangenissen legden zij lijsten aan met Todeskandidaten(27).
[23] In de periode dat de geallieerden Doetinchem naderden, werden de vier vrouwen door de Duitsers naar Kamp Westerbork gebracht. Daar maakten ze uiteindelijk de bevrijding mee.
[24] Operatie Veritable.
[25] Leden van verzetsgroep De Bark vermoordden vier Duitse militairen omdat ze bang waren dat zij hun schuilplaats zouden ontdekken. Ze deden voorkomen dat het een auto-ongeluk was, maar dat werd doorzien.
[26] Todeskandidaten waren verzetsmensen die zonder vorm van proces op een lijst stonden om na aanslagen van het verzet als represaille te worden geëxecuteerd.
[27] Halverwege de weg Arnhem-Apeldoorn.
[28] Schoenmakerij Diepenbroek en Overling’s Bank. Daarbij vielen negen doden.
[29] Het Algemeen Ziekenhuis (het latere Wilhelmina Ziekenhuis) stond aan de Varsseveldseweg (thans Raadhuisstraat), schuin tegenover de Plantsoenschool. De patiënten werden op 23 maart geëvacueerd naar Hummelo.
[30] In totaal vielen er op 21 maart 1945 meer dan 130 dodelijke slachtoffers in Doetinchem.
[31] Operatie Plunder. Operatie Varsity betrof de bijbehorende luchtlandingen op de noordelijke Rijnoever van veertienduizend parachutisten.
[32] PGEM is de afkorting van Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij.
[33] Thans Terborgseweg 115, schuin tegenover de voormalige boerderij (thans wit) van de familie Heuthorst.
[34] Het openbare PTT-telefoonnet functioneerde vanaf eind oktober/begin november 1944 niet meer vanwege de afsluiting door de Duitsers van het sterktestroomnetwerk naar de PTT-telefooncentrales.
[35] Het Gelderse PGEM-diensttelefoonnet had een totale lengte van 1500 kilometer en telde 900 telefoonaansluitingen. Daarnaast waren er diverse verbindingen met omliggende provincies. Op die manier kon het verzet berichten doorgeven zonder het gevaar door telefonistes te worden afgeluisterd.
[36] De telefooncentrale, bestaand uit een multipelveld waar door middel van stekkertjes een verbinding tot stand moest worden gebracht.
[37] Een carrier was een licht bepantserd voertuig.
[38] De PTT-telefooncentrale bevond zich in het Hovenstraatje.
[39] Villa Aurora stond achter de toenmalige Ambachtsschool aan de Veemarkt. Het huis stond op de plek die in de volksmond de Punt werd genoemd: de splitsing Varsseveldseweg-Dokter Huber Noodtstraat.
[40] In december 1944 werd Walter Edward Brown (geboren 9-1-1925) per boot van Canada naar Groot-Brittannië gebracht. Daar arriveerde hij op 1 januari 1945. Per vliegtuig bereikte hij op 15 februari het vasteland van Europa. Op 3 maart werd hij ingedeeld bij de Calgary Highlanders. Tijdens gevechten in het Reichswald. stond hij voor het eerst tegenover Duitse troepen. Nadat hij op 1 april sneuvelde kreeg hij een tijdelijk graf bij School Oosseld aan de Dennenweg in Doetinchem. Later werd hij herbegraven op het Canadese Ereveld in Groesbeek.
[41] Walter Edward Brown was 1 meter 95.
[42] Tijden die beschieting kwam ook de vijftienjarige Adrianus Johannes van der Tol om het leven.
[43] In de binnenstad en rond het westen van de stad werd ook de volgende dag, maandag 2 april, nog volop gevochten. Binnen de gemeente Doetinchem kwamen uiteindelijk zestien Canadezen om het leven en vele tientallen Duitsers. Velen verbrandden door Canadese vlammenwerpers. Aan het eind van de middag was Doetinchem geheel bevrijd.

bronnen:
- Dagboeken van Iet Gerritsen van 1-10-1941 tot en met 30-5-1945. (Collectie Gerritsen, Stichting Doetinchem Herdenkt)
- Interviews: Wim Lindenhovius (2008-2009), Will Griess (2009) en Joke Mulschlegel (2019).
- Bercuson, David. J. (1994) Battalion of Heroes.
- Levensverhaal Walter Edward Brown (2018) door Sigrid Norde (Stichting Faces to Graves).


Foto’s, onderschriften: FOTO'S VOLGEN
- Janny Gerritsen (rechts) en Corry Bon op de Veemarkt met Canadese militairen. (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
- Het raam van de cel van Iet Gerritsen, tegenwoordig nog onveranderd. (Joke Mulschlegel)
- De (nog steeds onveranderde) cellen van de toenmalige SD-noodgevangenis De Kruisberg. (Karel Berkhuysen)
- De verwoeste Boliestraat na het bombardement van 21 maart. (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
- Iet Gerritsen. (Collectie Gerritsen, Stichting Doetinchem Herdenkt)
- Canadezen hebben Doetinchem bereikt. Voor de boerderij van de familie Heuthorst aan de Terborgseweg, tegenover het huis van PGEM’er Jan Griess, maakt het Doetinchemse verzet contact. In het midden, voorovergebogen, Wim Lindenhovius. Links naast hem, met pet, Jan Houtsma. (Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
- FLAK-luchtafweergeschut beschiet vliegtuigen boven Doetinchem. (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
- Iet Gerritsen met fiets. (Collectie Gerritsen, Stichting Doetinchem Herdenkt)
- Frans en Jo Gerritsen en hun dochters Iet (l) en Janny naast hun huis aan de Varsseveldseweg. (Collectie Gerritsen, Stichting Doetinchem Herdenkt)

Dit artikel werd eveneens gepubliceerd in het jaarboek (43) 2020 van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers