de familie misset


door Karel Berkhuysen


Kees Misset en zijn jongere broer Henk waren tot kort na de Tweede Wereldoorlog ooit eigenaren van de door hun vader Cornelis opgerichte drukkerij en uitgeverij in Doetinchem. Meneer Kees en meneer Henk werden ze door hun personeel en stadsgenoten genoemd.
Tot op de dag van vandaag blijft vooral Kees Misset de gemoederen bezighouden. Want hij werd niet alleen geprezen voor zijn sociale bewogenheid en verdiensten voor het bedrijf en de stad, maar ook verguisd voor zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onmiddellijk na de bevrijding werd hij zelfs opgepakt en op een bakfiets door de stad gereden. Vervolgens werd hij opgesloten en veroordeeld. Zeven jaar lang mocht hij zijn beroep niet uitoefenen. Ook zijn vrouw en dochter werden gevangen gezet. Wat was er gebeurd dat deze mensen zo werden gestraft?


In 1873 komt Cornelis Misset op 24-jarige leeftijd naar Doetinchem. Een provinciestadje in de Achterhoek dat samen met Ambt Doetinchem amper zesduizend inwoners telt.
Het is waarschijnlijk dominee Van Dijk die hem daartoe bewogen heeft in verband met de oprichting van het Doetinchems Weekblad. De dominee zet zich in de stad in op het gebied van onderwijs en talrijke voorzieningen.
Misset komt maar voor een periode van drie maanden naar Doetinchem: Voor het drijven eener drukkerij en al hetgeen daarmee verbonden is.

Op 1 april 1873 is de oprichting van de Vereeniging Doetinchems Weekblad een feit. Het blad moet dienen als spreekbuis van de Christelijke Philantropische Inrichtingen van Van Dijk. Cornelis Misset drukt de krant op de begane grond van het pand op de hoek van de Grutstraat en de Kapoeniestraat. Hij neemt zijn intrek in de bovenwoning. Geld voor gordijnen heeft hij niet. De ramen plakt hij daarom af met papier.
Als de drie maanden voorbij zijn, gaat hij niet terug naar Haarlem. Hij blijft in Doetinchem.

Op 23 juli 1873 trouwt Cornelis Misset met Maria Michon, de dochter van de chef van de landsdrukkerij in Den Haag. Uit het huwelijk wordt op 19 maart 1874 een dochter geboren. Het meisje overlijdt echter op 13 maart 1875 als ze nog geen jaar oud is. Twee maanden later, op 7 mei, wordt er een tweede meisje geboren. Ze krijgt dezelfde voornamen als haar overleden zusje Elisabeth Maria.
Haar moeder sterft amper een week na haar geboorte, op 13 mei in 1875, op 22-jarige leeftijd.

In 1878 verhuist de drukkerij van de Grutstraat naar de Hofstraat in een pand dat eigendom is van dominee Van Dijk. Ook daar werken de liberaal Misset en de religieuze Van Dijk samen aan het weekblad, de eerste lokale periodiek.
Na zes jaar komt er na een aantal conflicten tussen beide sterke persoonlijkheden een einde aan de samenwerking. De tegenstellingen op levensbeschouwelijk gebied dragen waarschijnlijk bij aan de breuk.


De Graafschap-bode

Op zaterdag 4 oktober 1879 begint Cornelis Misset voor zichzelf. Hij drukt de eerste Graafschap-bode, een vrijzinnig liberaal blad. In een oplage van tweeduizend exemplaren verschijnt de krant één keer per week in heel Oost-Gelderland. Op zaterdag: zonder foto en zonder tekening. Voor veertig cent per kwartaal is men abonnee.
Cornelis Misset is de eerste directeur van De Graafschap-bode. Daarnaast is hij hoofdredacteur, schrijver en zetter. Hij heeft twee personeelsleden in dienst.


Maatschappelijke betrokkenheid

In 1880 hertrouwt Cornelis Misset met Carolina Sagleven geb 20 juli 1854 , de dochter van de Doetinchemse molenaar Hendrik Sagleven die samen met zijn broer Karel de molen aan de Terborgseweg bestiert. Door dat huwelijk verwerft Misset een plaats in de kring van de notabelen van de stad. Ook krijgt hij het financieel wat beter. Het huwelijk maakt ook dat hij in 1879 het oude admiraalshuis in De Waterstraat betrekt dat eigendom is van zijn schoonvader. Het is een imposante woning naast de joodse synagoge op hoek van de Gasthuisstraat. De woning wordt admiraalshuis genoemd omdat het eerder werd bewoond door Herman Hendrik Timotheus Coops, de latere admiraal Coops. Het linkerdeel van de woning, met een ingang aan de Gasthuisstraat, doet dienst als meelhandel van Sagleven. Pas later wordt het ingericht als woongedeelte.

In 1880 verhuist vervolgens de drukkerij naar de IJsselkade. Door aankoop van percelen grenzend aan de grond die hij in de Waterstraat al in zijn bezit heeft, kan Cornelis Misset in 1886 zijn bedrijf uitbreiden tot aan de IJsselkade. Het bedrijf telt dan al 25 werknemers.
Het paar krijgt drie kinderen. In 1881 (15 januari) wordt Margaretha geboren. In 1883 volgt Cornelis junior geboren. Hij krijgt de roepnaam Kees. Op 12 decmber 1885 completeert Henk het gezin.
Op 26 maart 1898 wordt Cornelis Misset senior in naam van koningin Wilhelmina en regentes Emma benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In 1899 wordt hij Doetinchems gemeenteraadslid. Wanneer hij na een raadsvergadering thuiskomt, schrijft hij zelf voor de Graafschapbode het raadsverslag.
Van 5 augustus 1899 tot 15 dec 1905 verblijft Carolina Misset-Sagleven in het gesticht Meerenberg in Bloemendaal. Margaretha is dan 18 jaar, Kees 16 en Henk 14 jaar.
Enkele jaren later wordt Cornelis Misset wethouder. Hij toont zich een sociaal bewogen man en is op talrijke manieren maatschappelijk betrokken, Zo is hij in 1893 medeoprichter van de stichting Vereeniging tot ondersteuning bij ziekte voor den werkenden stand te Doetinchem.

In 1907 is de oprichting van de Vereeniging ter verstrekking van voeding en kleeding aan kinderen te Stad Doetinchem waar hij bestuurslid van wordt. Het streven van de vereniging is om door de verstrekking van voedsel en kleren het schoolbezoek te stimuleren. Tevens zet hij zich tijdens zijn wethouderschap in voor goede huisvesting voor de allerarmsten.


Kees en Henk

Kees Misset gaat na zijn lagereschooltijd in Doetinchem naar de HBS in Haarlem. Als hij daarvoor is geslaagd, vindt hij een administratieve baan in Amsterdam. Daarnaast maakt hij veel buitenlandse reizen.
In 1909 treedt Kees officieel in dienst bij de uitgeverij en drukkerij van zijn vader als chef de bureau. Drie jaar later wordt hij mededirecteur.
Henk, die twee jaar jonger is dan Kees, gaat rechten studeren. In 1913 behaalt hij zijn meeesterstitel. Hij wordt in 1917 mededirecteur van het bedrijf.


Overlijden Cornelis

Enkele kilometers buiten Doetinchem, in Wijnbergen, staat al sinds eeuwen het buitenverblijf De Kemnade. In 1920 koopt Cornelis Misset de prachtig aan de Oude IJssel gelegen historische toren. Hij verbouwt vervolgens de schuur tot woonhuis.
In 1921 sterft Cornelis Misset op 72-jarige leeftijd. Suikerziekte wordt hem fataal. Hij wordt begraven op het kerkhof aan de Eerste Loolaan bij zijn eerste vrouw. Later wordt daar ook zijn dochter Margaretha Borghstijn-Misset begraven nadat zij op 50-jarige leeftijd op 29 november 1931 is overleden. En ook de tweede vrouw van Cornelis Misset, Carolina Sagleven, vindt er haar laatste rustplaats, nadat ze op 11 augustus 1938 was overleden. Een graf schuin tegenover de imposante zuil van de laatste rustplaats van dominee Van Dijk.
De leiding van het bedrijf komt dan geheel in handen van Kees en Henk.
Een jaar na het overlijden van Cornelis Misset besluit de gemeenteraad om in de buurt van het bedrijf een straat naar hem te noemen: de C. Missetstraat.
Zijn vrouw blijft nog een tijd in huis in de Waterstraat wonen. Veelal zit ze voor het raam. Na enige tijd gaat ze bij de familie Snoek in de Lijsterbeslaan in huis wonen.


Taakverdeling

Kees is overheersend. En net als zijn vader houdt hij er een solistische werkwijze op na. Er bestaat weliswaar een taakverdeling tussen Kees en Henk, maar die is niet scherp afgebakend.
De vergaderingen van aandeelhouders en commissarissen zijn eigenlijk niet meer dan gesprekken tussen Kees, een accountant en zijn zwager Adrianus Borghstijn, die met zijn zus Margaretha is getrouwd. Henk neemt zelfs na enige tijd niet eens meer deel aan de vergaderingen.
Kees is de gewiekste zakenman. Hij heeft visie, is fantasierijk en koppelt dat aan een soms roekeloos opportunisme.
De belangrijkste taak van Henk is algemeen toezicht houden op de redactionele werkzaam-heden. Tevens is hij redacteur van enkele vakbladen. Daarnaast sluit hij advertentie-contracten af en treedt hij op bij problemen rond ontslag of salariëring van personeelsleden.
Kees houdt zich vooral bezig met de Graafschap-bode en de advertentiebladen. Ook ziet hij toe op de administratie, het personeelsbeleid en de afdelingen advertenties en abonnementen. Tevens bemoeit hij zich met het aannemen van personeel en regelt hij de zaken van de personeelsfondsen.
Henk wordt door velen een echte gentleman genoemd. Hij is knap en slank. Hij woont in huis bij Bas van Veen en zijn vrouw Petronella Nellie Menze. Eerst in Zelhem, aan de Hummeloseweg en daarna aan de Keppelseweg in Doetinchem. Van Veen is redacteur bij de firma Misset. Het drietal is meestal samen te zien en ze maken geen geheim van hun driehoeksverhouding. De beide mannen slapen om de beurt een nacht bij mevrouw Van Veen.
Elke ochtend, exact om vijf voor acht, verlaten de mannen het huis. Tot in de puntjes gekleed, compleet met bolhoed en kaarsrecht lopend.
Henks Vader Cornelis had echter weinig op met Bas van Veen. Hij heeft zelfs in zijn testament vast laten leggen dat er geen aandelen van het bedrijf in handen mogen komen van Van Veen. Ook mag er geen inbreng in bedrijf zijn door Van Veen.
Kees verschilt ook qua uiterlijk van zijn broer. Kees is klein, dik en onaantrekkelijk. Iets waar hij volgens sommigen onder gebukt gaat. Ze schrijven zijn grote inzet voor het bedrijf dan ook voor een gedeelte toe aan de behoefte om een en ander te compenseren en zich te bewijzen. Hij is een gewiekste zakenman. Hij heeft visie, is fantasierijk en koppelt dat aan een soms roekeloos opportunisme.
Kees kent manisch-depressieve periodes. In zijn familie komen veel geestesziektes voor. Zijn moeder wordt jarenlang verpleegd in een psychiatrische inrichting.