niet omkijken | het graf dat er toch kwam

door Karel Berkhuysen

De bommen, afgeworpen door Britse bommenwerpers, trokken op 21 maart 1945 een spoor van verwoestingen door Doetinchem. Tientallen panden in de Waterstraat en de Boliestraat stortten als kaartenhuizen in. Ook enkele panden in de Hamburgerstraat werden getroffen. Daaronder de woning en winkel van de familie Vriezelaar. Met desastreuze gevolgen. Zes volwassenen en vier kinderen stierven onder het puin van hun schoenmakerij. Het zwaarst getroffen gezin van Doetinchem.

Gradus (81 jaar), Johanna Maria (77), Gerhardus Bernardus (45), Margaretha Maria (43), Wilhelmus Antonius (40), Henrica Johanna Theodora (39), Johanna Maria (4), Irenea (3), Gerardus Johannes Maria (1) en de nog geen jaar oude baby Maria Josepha vinden de dood.

Ook de werkplaats achter het pand stort volledig in. Daar bevindt zich Adrianus (Janus) van Oostrom, een evacué uit Rotterdam. Met zijn vrouw en vijf kinderen heeft hij onderdak gevonden in Gaanderen. Hij werkt tijdelijk als schoenmakersknecht bij Vriezelaar. Ook zijn elfjarige zoon Wim is in de werkplaats. Als het dak naar beneden komt, duikt Wim onder een werkbank.


Adrianus van Oostrom


Dan wordt het stil. Onwezenlijk stil. Vervolgens klinkt er gekreun en gegil. Omwonenden snellen toe en beginnen te temidden van rook en stof te zoeken onder de puinhopen naar overlevenden. Maar velen kunnen niet op tijd worden bereikt. Steeds meer hulpkreten verstommen.

Op miraculeuze wijze heeft Wim onder de werkbank overleefd. Strompelend over de restanten van de werkplaats wordt hij zo snel mogelijk weggetrokken door een Doetinchemmer. “Niet omkijken”, krijgt hij van de man te horen.             

Een voor een worden vervolgens ontzielde lichamen onder het puin vandaan gehaald. Maar het lichaam van Adrianus van Oostrom wordt niet gevonden. Ook niet nadat de tien familieleden van Vriezelaar zijn begraven in een familiegraf op de katholieke begraafplaats aan de Terborgseweg.  

Hoewel hij geen opleiding daartoe volgt, wordt Wim jaren later kunstenaar en beeldhouwer. Als autodidact experimenteert hij volop met talloze materialen. Hij trouwt en krijgt twee zoons. Met zijn vrouw richt hij in 1965 in het Overijsselse Hengelo galerie De Pook op. Hij lijkt zijn draai te hebben gevonden. Maar de oorlog en het gemis van zijn vader laten hem niet los. In zijn werk brengt hij dan ook op allerlei manieren de verschrikkingen van het noodlottige bombardement tot uitdrukking. Ook zijn depressieve periodes als gevolg van dat drama zijn in zijn werken te herkennen.



Wim van Oostrom


In Doetinchem doet tientallen jaren later amateurhistoricus en oprichter van de Oudheidkundige Vereniging Deutekom Jan Steijntjes onderzoek. Hij bestudeert de gegevens die zijn gemaakt van de stoffelijke resten. Dan blijkt in 2006 dat een romp is begraven in het familiegraf van Vriezelaar: de romp van Adrianus van Oostrom. Steijntjes weet vervolgens te bereiken dat zijn naam op hun graf wordt vermeld. Ook de naam van het dienstmeisje Rikie Ernst wordt alsnog vermeld.



Het familiegraf van Vriezelaar op de katholieke begraafplaats aan de Emmastraat waarop in 2006 de naam van Adrianus van Oostrom werd bijgeschreven.

boek

In 2017 verscheen het boek Niet omkijken van Eric Gigengack over het leven en werk van Wim van Oostrom, wiens gezondheid het niet meer toelaat om nog nieuwe werken te maken. Ook kan hij zijn levensverhaal niet meer goed zelf vertellen. Dat deed daarom in 2019 op uitnodiging van de Stichting Doetinchem Herdenkt zijn kleindochter Attie Schipper. Zij was vanuit Hengelo voor dat doel met talloze familieleden naar Doetinchem afgereisd. Om daarna gezamelijk het graf aan de Terborgseweg te bezoeken. Het graf dat er na 61 jaar uiteindelijk toch kwam.



Omslag van het boek Niet omkijken


expositie

In 2020 is in het informatie- en documentatie- centrum van de Stichting Doetinchem Herdenkt aan de Loolaan een expositie te zien van de werken van Wim van Oostrom.