Het is wellicht de kortste straat van Doetinchem. Waarschijnlijk ook de minst belangrijke. De straat loopt zelfs dood. En er staan slechts twee huizen. De benaming lijkt dan ook toepasselijk. Het doet vermoeden alsof er nooit de moeite is genomen om een fatsoenlijke naam te bedenken. Waarom noem je het anders simpelweg Het Straatje? Niets is echter minder waar.


door Karel Berkhuysen


Aan een zijpaadje van de Wilhelminastraat worden in 1947 vier zogeheten Maycrete-woningen gebouwd. Het zijn noodwoningen, genoemd naar de Amerikaanse ontwerper, de architect Bernard Maybeck en het Engelse woord concrete, dat beton betekent. De prefab-huizen hebben tot doel om de grote naoorlogse woningnood enigszins het hoofd te bieden.
Een jaar later, op 18 maart, vergadert de gemeente-raad over een naam voor het weggetje. Raadslid Muller stelt Vingerhoedstraat voor. Het lid Sweens vind echter Wilhelminadwarsstraat een betere naam. Wethouder Van der Grijn ziet beide namen niet zitten. Hij vindt Blinde Darm geschikter.
De gemeenteraad voelt voor al die voorstellen niets en besluit na een lange discussie om de straat de naam Dwarsstraat te geven.
Het daaropvolgende jaar staat die naam echter alweer ter discussie. Daar zorgt burgemeester Jacob Boddens Hosang voor. Hij is nog maar twee jaar Doetinchems eerste burger en hecht zeer aan een naamswijziging. Dat komt omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1942 als burgemeester van Naarden is ontslagen en vervolgen door de Duitsers gevangen werd gehouden in Sint-Michielsgestel.



Het Straatje anno 2018


Jacob Bodens Hosang
(Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)


Boddens Hosang zit in Sint-Michielsgestel gevangen in het seminarium Beekvliet in een woonblok dat de naam Het Straatje draagt. Samen met ongeveer 460 andere vooraanstaande Nederlanders. Het zijn vooral burgemeesters, advocaten, hoogleraren, politici, schrijvers, musici en geestelijken. Ze zijn bedoeld om te dienen als eventuele ruil voor Duitsers die door Nederland in Nederlands-Indië gevangen worden gehouden. Ze worden daarom ook wel de Indische gijzelaars genoemd.
Als de Japanners echter dat land dreigen te bezetten, verdwijnt die reden omdat de Duitse gevangenen in januari 1943 met drie boten van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM) naar Brits-Indië worden overgebracht om daar aan de Britten te worden overgedragen. Een van de schepen, de Van Imhoff, haalt het echter niet. Het wordt onderweg aangevallen door een Japans vliegtuig. De Nederlandse bemanning weet zich in veiligheid te brengen maar laat vierhonderd Duitsers verdrinken. De Duitsers die het overleven, melden later dat de Nederlandse bemanning niets heeft gedaan om hen te redden.


In Nederland besluit daarop rijkscommissaris Seys-Inquart om twintig KPM-personeelsleden eveneens in Sint-Michielsgestel op te sluiten. Ook zij dienen in het vervolg als onderpand om bij eventuele onrust in het land gefusilleerd te worden.

Het regime in het kamp is soepel. Er is voldoende eten en er wordt van alles door de gevangenen georganiseerd. Er zijn cursussen, lezingen, concerten, filmavonden en tentoonstellingen. Ook zijn er discussieclubjes. Protestanten, katholieken en socialisten komen daardoor veelvuldig met elkaar in gesprek. Iets wat ze voor de oorlog in de strikt gescheiden verzuilde samenleving niet waren gewend.

Ook Boddens Hosang neemt deel aan die discussies. Hij is lid van de Christelijke Historische Unie, de CHU, maar de gesprekken zorgen ervoor dat de saamhorigheid groeit en er een behoefte ontstaat aan ontzuiling. Daarom wordt besloten om na de bevrijding de Partij van de Arbeid op te richten.

In september 1944 wordt Sint-Michielsgestel bevrijd, evenals de rest van Zuid-Nederland. Boddens Hosang kan het woonblok met de naam Het Straatje na ruim twee jaar gevangenschap als vrij man verlaten.

Als in mei 1945 heel Nederland is bevrijd, keert hij terug als burgemeester van Naarden. Maar niet meer namens de CHU, maar voor de Partij van de Arbeid. De partij waar hij onmiddellijk na de oprichting lid van is geworden.
Twee jaar later wordt hij benoemd als burgemeester van Doetinchem. Daar hoort hij dat een poging om een weg in de gemeente Bloemendaal de naam Het Straatje te geven, niet is gelukt. Dat betreurt hij, want samen met enkele andere gegijzelde burgemeesters was er in het kamp in Sint-Michielsgestel afgesproken dat na de bevrijding in een van hun gemeenten die naam zou worden toegekend. Dit als herinnering aan het woonblok Het Straatje en ter nagedachtenis aan de vijf gevangenen die uiteindelijk werden geëxecuteerd.
Boddens Hosang doet daarom dat voorstel in Doetinchem. Op 23 juni 1949 stelt het college de raad dan ook voor om vanwege de bijzondere omstandigheden de naam Dwarsstraat te schrappen en het weggetje te herdopen in Het Straatje.

_____________________________________________________

Over de Van Imhoff is een film gemaakt. Uiteindelijk toch.
Een film die in de jaren zestig over dit onderwerp was gemaakt, verdween spoorloos en betekende het ontslag voor de filmmaker. Een doofpot van hogerhand. Film in drie delen: De ondergang van de Van Imhoff.