Het telefoonnetwerk van de PGEM



het 'geheime' telefoonnet:

van onschatbare waarde voor het verzet



De Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij, de PGEM - of de pegum zoals velen in de Achterhoek en Liemers zeiden- werd in 1915 opgericht. Evenals de directies van andere provinciale elektriciteitsbedrijven was ook de PGEM-leiding van mening dat een elektriciteitsvoorziening zonder telefoon-verbindingen niet goed en veilig kon functioneren. Ze achtte daar het bestaande PTT-telefoonnet echter niet geschikt voor omdat dat rijksnet zich slechts tot de grotere plaatsen beperkte. Een eigen telefoonnet was daarom voor de elektrici-teitsbedrijven de enige mogelijkheid om onder meer de afgelegen hoogspanningsstations en transformatorhuisjes op het platteland te bereiken.

De eerste PGEM-telefoonlijn kwam in 1916 tussen Nijmegen en Tiel tot stand toen de steenfabrieken langs de Waal van stroom werden voorzien van de elektriciteitscentrale in Nijmegen. Tijdens de aanleg van een elektriciteitskabel werd er gelijktijdig een telefoonkabel in dezelfde sleuf naast gelegd. Daarna werd het telefoonnet jaarlijks uitgebreid. Binnen de bebouwde kom meestal ondergronds, daarbuiten bovengronds.

In Arnhem kwam de afdeling Telecom die zich uitsluitend met het telefoonnetwerk bezighield en in Nijmegen, Apeldoorn, Tiel en Doetinchem kwamen er centraalposten. In 1940 had het PGEM-telefoonnet een totale kabellengte van 1500 kilometer. Het bleek voor het verzet van onschatbare waarde.

De Provinciale Geldersche Electriciteits- Maatschappij beschikt over een eigen diensttelefoonnet. Het is een zelfstandig werkend net van telefoonverbindingen door vrijwel geheel Gelderland. Tevens zijn er verbindingen met toestellen van elektriciteitsbedrijven in de omringende provincies: Overijssel, Utrecht, Limburg en Noord-Brabant. Ruim negenhonderd toestellen bevinden zich in kantoren, onderstations, transformatorhuisjes en in woningen van leidinggevenden en monteurs.


door Karel Berkhuysen


Na invallen van het Duitse leger in Sudetenland en de rest van Tsjecho-Slowakije besluit de Nederlandse regering tot een algemene mobilisatie. In januari 1940 worden de militairen in staat van paraatheid gebracht. In april bezetten Duitse troepen vervolgens Denemarken en Noorwegen; opnieuw een reden voor grote waakzaamheid voor het Nederlandse leger dat stellingen heeft betrokken bij diverse verdedigingslinies, zoals de IJssellinie. Ook in de Achterhoek en de Liemers zijn op veel plaatsen militairen gelegerd. Ze hebben zich verschanst aan de Duitse grens, bij invalswegen en rond bruggen zoals bij Het Onland en de Bielheimerbeek.

In Doetinchem bemannen soldaten dag en nacht de telefooncentrale van de PGEM. De zogeheten centraalpost bevindt zich op de bovenste etage van het PGEM-kantoor in de Grutstraat.

Het PGEM-telefoonnet maakt het mogelijk om bij een inval berichten snel door te geven. Op die manier kan het openbare PTT-telefoonnet worden omzeild. De Duitsers zullen immers zo snel mogelijk het openbare net onschadelijk willen maken om te verhinderen dat informatie over hun opmars wordt doorgebeld. Daarnaast is de verwachting kunnen bovengrondse, maar ook ondergrondse telefoonleidingen door granaat-inslagen en beschietingen beschadigd raken met verbroken verbindingen als gevolg. Vandaar dat er extra telefoontoestellen van Defensie op het PGEM-telefoonnet aangesloten.



Als de Duitsers Nederland bezetten, blijkt het PGEM-telefoonnet van onschatbare waarde, temeer daar de Duitsers stapsgewijs het openbare telefoonverkeer via het PTT-net terugdringen en steeds meer toestellen afsluiten. Het PGEM-telefoonnet blijft echter vrijwel onveranderd. Dat is vooral te danken aan het feit dat het net als onmisbaar wordt beschouwd bij de vaak gecompliceerde en verstoorde elektriciteits-voorziening. Omdat elektriciteit ook in Duits belang is, blijft het PGEM-telefoonnetwerk onaangetast.

Verzetsmensen durven geen informatie door te geven via het openbare PTT-net omdat ze bang zijn dat ze kunnen worden afgeluisterd. Verbindingen worden immers veelal tot stand gebracht door telefonistes. Het PGEM-net is echter volledig betrouwbaar. Het wordt dan ook volop door het verzet gebruikt, temeer daar en groot aantal PGEM’ers met name van de afdeling Telecom actief is in het verzet. Via Arnhem en Nijmegen belanden de gegevens uiteindelijk in Londen.

In Doetinchem kan verzetsman Wim Lindenhovius vrijwel elk moment van de dag terecht bij PGEM’er Jan Griess. Hij meldt zich meestal aan de achterzijde van het PGEM-kantoor in de Grutstraat.


PGEM’er Jan Griess achter het zogeheten multipelveld op de centraalpost in de Grutstraat. (privécollectie Berkhuysen)


In september 1944 bereiken de geallieerden Nederland. Om een doorbraak te forceren volgt Operatie Market Garden. Tijdens de operatie vraagt de Britse generaal Demsey aan het verzet in de Achterhoek om telposten in te richten. De posten dienen de Duitse troepenbewegingen te registreren. Het verzet voldoet aan dat verzoek en geeft de gegevens dagelijks grotendeels via het PGEM-net door aan Nijmegen.

Market Garden mislukt omdat de Rijnbrug bij Arnhem in Duitse handen blijft. Zodoende blijft het deel van Nederland boven de grote rivieren bezet. De Duitsers vernietigen daarop alle PTT-kabels tussen Noord- en Zuid-Nederland. De PGEM-lijnen blijven echter ongemoeid. Op die manier beschikt het verzet over verbindingen met de geallieerden dwars door de frontlinie.

Eind oktober en begin november 1944 stellen de Duitsers in het nog bezette noordelijk deel de sterkstroomvoeding naar vrijwel alle telefoon-centrales buiten werking. Het PGEM-net blijft echter in werking en speelt op talrijke momenten een cruciale rol.

Op 1 april bedient PGEM-monteur Jan Griess de centraalpost in de Grutstraat. Hij heeft contact met diverse toestellen op de lijn Gaanderen-Terborg en een toestel in zijn woning aan de Terborgseweg. Daar bevinden ze zich de verzetsmensen Jan Houtsma en Wim Lindenhovius. Ze wachten op berichten over de geallieerde opmars. Na enige belt Jan Griess met de mededeling dat de Canadezen door Gaanderen rijden.

Kort daarop zien ze in de verte een Canadese jeep naderen, gevolgd door een groot aantal carriers. De mannen rennen naar buiten en wachten aan de overkant van de weg de Canadezen op.


De drie belangrijke PGEM-telefoonverbindingen tijdens en na Market Garden door de frontlinie naar het bevrijde Nijmegen. Na de evacuatie van Arnhem functioneerde de telefooncentarle in die stad nog enige tijd totdat de accu's leeg waren. Vervolgens werd in de Ooypolder een kabel geraakt zodat ook die verbinding vanuit Doetinchem met Nijmegen niet meer gebruikt kon worden. Vanaf dat moment liepen de verbindingen vanuit Doetinchem via Apedoorn en Ede naar Nijmegen.