verduistering


Onmiddellijk na hun inval voerden de Duitsers de verplichting tot verduistering in. Op die manier wilden ze voorkomen dat geallieerde vliegtuigen zich konden oriënteren en konden navigeren naar Duisland om daar te bombarderen.
De verduistering hield in dat er geen enkel lichtstraaltje van woningen en gebouwen naar buiten mocht schijnen. Als dat niet met gordijnen kon, dan werd zwart papier of zwarte verf gebruikt. De Luchtbeschermingsdienst was belast met het toezicht. Overtreders werden beboet.

Ook straatverlichting brandde niet. Fietsers en auto's waren voorzien van lampen die slechts een smal streepje licht door konden laten. Daardoor was het niet ongevaarlijk op straat en gebeurden er veel ongelukken. Vaak werd met witte verf obstakels en wegen gemarkeerd. Philips produceerde een knijpkat die voetgangers konden gebruiken om zonodig bij te lichten.  



Een Philips knijpkat (IDC Loolaan)

Met een doek om de lamp schijnt het licht in een straal recht naar beneden
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)

Witte boomwortels als oriëntatiepunten in het donker
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)


Om in het donker toch nog iets te kunnen onderscheiden, heeft dokter Blokhuis de
traptreden van zijn woning (in de volksmond het doktershuis genoemd) op de hoek
van de Plantsoenstraat en Dokter Huber Noodstraat wit geschilderd
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers).

Een witgeschilderde trottoirband met op de voorgrond de plek waar de Julianaboom stond.
(Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)

Ook de straatlantaarns in de Plantsoenstraat branden niet. Om te voorkomen dat er
iemand in het donker tegenaan loopt, is een gedeelte van de paal wit geschilderd
(Jan Massink, Ergoedcentrum Achterhoek en Liemers)