Stellung Rosengarth

De Duitsers kenden vanaf juli 1940 een linie van radarstations die de
nadering van geallieerde bommenwerpers moest melden: de Kammhuberlinie.
Ook Doetinchem kende een radarstation: Stellung Rosengarth. In Toldijk stonden de radars


De linie van radarstations was opgericht door generaal Josef Kammhuber en liep van Noord- naar Zuid-Denemarken en van Noord-Duitsland via Nederland, België en Oost-Frankrijk naar de Zwitserse grens. De eerste versie van de Kammhuberlinie bestond uit een reeks radarstations met overlappende radiodekking en was opgebouwd in drie lagen. Elk station voorzag een radardekking van 32 km hoog (noord-zuid) en 20 km breed (oost-west). Elk controlecentrum bestond uit een Freya-radar met een reikwijdte van ruim 100 km, twee schotelvormige Würzburg-Rieseradar, die 70 kilometer bereik hadden en in staat waren om ook de vlieghoogte te peilen. Bij het controlecentrum bij de radars hoorde elektronische apparatuur, een telefooncentrale, waarmee heel West- en Noord-Duitsland gealarmeerd kon worden, en een hoofdzoeklicht dat werd aangestuurd door de Freya-radar. Een reeks manueel bediende zoeklichten, die verspreid over de cel stonden opgesteld, waren aanvullend. Elke cel stuurde tevens één hoofdnachtjager en één stand-by-nachtjager aan. De jagers waren meestal de Dornier Do 17, Junkers Ju 88 of Messerschmitt Me 110. De linie kende als schuilnaam: operatie Himmelbett.


vonquenzon95

Een van de twee Wurzburg-radars in een weiland bij Toldijk  (De foto is een montage. Tegenwoordig is uitsluitend de betonnen voet nog aanwezig -Mario Bulten)
In de zomer van 1940 streken eenheden van de Luftwaffe (Luftnachtrichten Regiment 201) neer in het Kattennest, een heuvelachtig, bosrijk terrein ten noorden van Doetinchem aan de Rozengaardseweg, de doorgaande weg naar Zelhem. Aanvankelijk was er een luisterpost gevestigd die later werd uitgebreid tot een gevechtsleidingscentrum voor de onderschepping van vijandelijke bommenwerpers, een zogenaamde Jägerleitstellung. Deze stelling kreeg de codemaan Rosengarth, genoemd naar de nabijgelegen boerderij Rozengaarde.
Rosengarth stond in verbinding met de radarstations bij Toldijk (Steenderen) en met diverse zoeklichtstellingen in de regio. De stelling bestond uit verschillende barakken en gebouwen. In het hoofdgebouw werden de inlichtingen verzameld en de vliegbewegingen gevolgd van de eigen en van de vijandelijke toestellen. Volgens een ooggetuige waren ‘het toch wel driehonderd man die hier bivakkeerden. Blijkbaar werd ook het Duitse belang onderkend, want de telefoonleiding er naar toe werd meerdere keren gesaboteerd. Talloze Doetinchemmers werden daarop gedwongen de kabels te bewaken.



Deze kaart geeft de situatie tijdens de oorlog weer: 1. Stelling bij de Turfweg, 2 de palen van de telefoonverbinding (gesaboteerd) van Boerderij Rozengaarde
(middelste pijl) naar Halle, 5 Kattennest, Stellung Rosengarth 3, 4, 6. Uitgebreide loopgraven. (6 een mysterieuze cirkel) Gele pijl links, Klein-Fluko in Ruimzicht



De overblijfselen van Stellung Rosengarth in Het Kattennest, medio 1944. De gebouwen zijn afgebroken, maar nog goed te zien is waar ze hebben gestaan.
De weg in het midden van de foto is de Rozengaardseweg.


De stelling werd juni 1944 opgeheven en het personeel overgebracht naar het regionaal luchtwachtcentrum van de Luftwaffe, Klein-Flugwachkommando (Klein-Fluko) dat gevestigd was in villa Ruimzicht. Deze post stond in directe verbinding met de bunker Diogenes bij Schaarsbergen, het Duitse zenuwcentrum van de luchtverdediging in Noordwest Europa. Dit Klein-Fluko speelde een cruciale rol bij de snelle Duitse reactie op de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem tijdens Market Garden in september 1944. Klein-Fluko werd op 9 maart verplaatst naar Enschede.







Afweergeschut , stelling Turfweg nabij huidige kwekerij Green (nummer 1 op kaartje boven).