De bankovervallers uit Almelo


door Karel Berkhuysen


In de cellen van De Kruisberg zaten eind 1944 zeven mannen van een Twentse Knokploeg opgesloten. Ze hadden met toestemming van de Nederlandse regering in Londen de Nederlandsche Bank in Almelo overvallen. Buit: 46.1 miljoen gulden. De grootste geldroof ooit. Geld dat ten goede moest komen aan het stakende spoorwegpersoneel.

Fragment uit de documentaire Civil courage (1974)
Bekijk de volledige documentaire: Civil courage
Fragment uit het theaterstuk Het verzet kraakt (Almelo 2017)
Bekijk het volledige theaterstuk:  Het verzet kraakt

Na de invasie in Normandië in juni 1944 en de daaropvolgende snelle opmars van de geallieerden, stokt het front begin september in Noord-België. De Britse commandant Montgomery lanceert daarom het plan Operatie Market Garden. Door middel van een snelle aanval wil hij een corridor bewerkstelligen via Eindhoven, Nijmegen en de Rijnbrug bij Arnhem.
Een staking van het spoorwegpersoneel zou dan voor de geallieerden van groot belang zijn, omdat de Duitsers dan niet in staat zijn om versterkingen via het spoor aan te voeren. Het is daarom de bedoeling dat de Nederlandse regering in Londen het NS-personeel op zal roepen om over te gaan tot een algemene staking. Dat houdt dan wel in dat de stakers onder moeten duiken en zij en hun gezinnen geen salaris meer zullen ontvangen. Het Nationaal Steun Fonds, een verzetsgroep die al vanaf begin 1942 onderduikers en verzetsorganisaties financieel ondersteunt, zegt de stakers echter inkomsten toe.
De Doetinchemse verzetsleider Jan Houtsma vraagt aan Clemens Berntsen en Wim Moorman uit Beek om stationschefs in de Liemers te bewegen het spoorwegpersoneel over te halen om te staken als het moment daar is.
Onder de schuilnamen Klein en Groot gaan beiden vervolgens gesprekken aan met de stationschefs van Zevenaar, Didam en Wehl. Hetzelfde gebeurt ook op talrijke andere plaatsen
In de vroege ochtend van zondag 17 september stijgt in Engeland de grootste luchvoot ooit op. Degenen die hun radio niet hebben ingeleverd, hebben ‘s nachts tijdens de uitzending van Radio Oranje de codezin De kinderen van Versteeg moeten onder de wol kunnen horen; de oproep van de Nederlandse regering voor het spoorwegpersoneel om over te gaan tot een algemene staking.
Na dagelange gevechten mislukt Operatie Market Garden omdat de Duiters de Rijnbrug weten te behouden. Het NS-personeel blijft echter in staking: ruim 30.000 NS'ers. Voor hen en al die honderdduizenden andere onderduikers is veel geld nodig. Dat wordt onder meer verkregen door de kluis van de Spoorwegen in Utrecht te kraken. De oprengst bedraagt 1 miljoen gulden. Een Rotterdamse knokploeg weet 1.2 miljoen te vergaren. Toch is het lang niet genoeg.
De president van de Nederlandsche Bank, mr Leonardus Trip, heeft uit protest in 1941 ontslag genomen. Hij zit ondergedoken in Zwolle. Hij tipt het verzet in Twente dat in de kluis van de Nederlandsche Bank in Almelo tientallen miljoenen guldens aan bankpapier ligt.  
De knokploegleider in Almelo is Derk Smoes uit Vriezeveen. Hij kent de situatie in het bankgebouw aan de Wierdensestraat precies omdat hij er heeft gewerkt. Daar kwam echter noodgedwongen en eind aan toen werd ontdekt dat hij een revolver van de NSB-directeur had geleend om er twee gevangenen mee te bevrijden. Sindsdien zit hij ondergedoken.



De Nederlandsche Bank in Almelo in de Wierdensestraat


Na de tip van Trip wordt het plan voor een eventuele overval in de keuken van slagerij Eshuis in Wierden door de knokploeg besproken. Vanwege de grootte van het bedrag wordt vervolgewns via een geheime zender aan de regering in Londen om toestemming gevraagd.
Een gecodeerd telegram volgt op 7 november:
Adviseer in omloop te brengen wat voor financiering verzet nodig is. Rest goed verbergen of vernietigen.
De ploeg bereidt alles tot in detail voor. Expediteur Willem Meenks uit Rijssen is gevraagd om voor een vrachtauto te zorgen. Hij weet echter niet beter dan dat hij kisten aardappels af moet halen.
Dan wordt een datum gekozen: woensdag 15 november. Een dag eerder is in café Frielink in Harbrinkshoek de laatste bespreking. Er zijn elf mannen aanwezig. Derk Smoes zegt dat degene die zich nog terug wil trekken dat nog kan doen. Niemand maakt van die mogelijkheid gebruik.




De volgende dag, 's middags om half zes, sluit het bankgebouw. Op dat moment belt Douwe Mik, een ondergedoken politieagent, aan. Als de jongste bediende de voordeur opent, kijkt hij in de lopen van pistolen. Douwe Mik, Derk Smoes, Herman Höften, Henk Bosch en Anton Wisman dringen het gebouw binnen, terwijl Jan Grimmerink en Joop Ribbers de conciergewoning bezetten. Willem Meenks wacht met de vrachtauto een eindje verderop, samen met Harry van der Veen, die wel precies weet wat er in de kisten zit. Henny Meulenbeld, waarvan een broer en een zwager op de bank werken, Wim Walderveen en enkele leden van de Binnenlandse Strijdkrachten die eveneens meedoen, staan buiten op de uitkijk.
Terwijl de verblufte personeelsleden met de handen omhoog staan, wordt de bankdirecteur gedwongen beneden de kluis te openen.
“Ik ken de cijfercode niet", zegt de NSB'er verontschuldigend. Na enige dreigementen opent hij echter al snel het metalen hek en vervolgens de kluisdeuren.
De overvallers weten niet wat ze zien: immense stapels bankbiljeten liggen voor het grijpen. Ze dwingen het personeel om het geld in
kisten te pakken.
Drie kwartier later staan dertien volle kisten boven te wachten en kan Meenks vrachtauto voorrijden. Dat verloopt niet geheel probleemloos omdat de op houtgas lopende motor meerdere keren afslaat.
Als de auto uiteindelijk toch met de geopende laadbak voor de deur staat, kan het het inladen beginnen. De KP'ers zijn echter amper bezig als ze verstijven van schrik omdat een marcherende colonne Grüne Polizei nadert. Omdat de auto half op de rijbaan staat, schijnt Höften koelbloedig met een knijpkat nog even bij. Auf der Heide blüht ein kleines Blümelein zingend, lopen de Duitsers met een boog om de auto en daarna verder..
Als alle kisten zijn ingeladen, wil Höften de telefoondraden doorknippen. De door Smoes aangewezen kabel blijkt echter de kabel van de alarminstallatie te zijn die onmiddellijk begint te loeien. In paniek rijdt Meenks weg. Wisman en Mik weten nog net in de bak te klauteren, maar Höften, die weet waar Meenks het geld naar toe moet brengen, lukt dat niet. Veel later dan afgesproken komt het geld dan ook uiteindelijk aan bij de boerderij van de familie Kerkdijk in Daarle. Daar wordt de buit in een hooiberg verstopt.
Enkele dagen later wordt het geld, totaal 46.150.000 gulden, in twee keer met paard en wagen naar de boerderij van de familie Nijland in Daarlerveen gebracht. Ook daar verdwijnt het weer in een hooiberg.
De commandant van de Sicherheitspolizei in Almelo Oskar Gerbig is afwezig. Zijn vervanger is Paul Hardegen. Die neemt direct maatregelen. Het gehele personeel van de bank wordt verhoord. De Duitsers leggen al gauw verband tussen de overval en de verdwijning van Smoes. Nog dezelfde avond wordt zijn woning in Vriezenveen doorzocht, overigens zonder resultaat. Als Hardegen merkt dat een personeelslid een broer in Rijssen heeft die expediteur is, wordt ook daar gezocht. Maar Meenks is al ondergedoken.





SS-polizieichef Hanns Rauter geeft opdracht om de roof met alle beschikbare middelen tot klaarheid te brengen. Overal verschijnen aanplakbiljetten waarin een miljoen gulden beloning wordt beloofd aan degene die zijn landgenoten wil verraden. Niemand meldt zich.


De hooischuur van de familie Nijland

Op 29 november, precies twee weken na de overval wordt in de Ootmarsumsestraat in Almelo verzetsman Berend Bruijnes bij een routinbecontrole gepakt, omdat hij valse persoonsbewijzen in zijn tas heeft. Na een langdurig verhoor leidt het spoor naar het café van Frielink in Harbrinkshoek. Daar en in de onmiddellijke omgeving worden vervolgens diverse arrestaties verricht. Onder de arrestanten bevinden zich Douwe Mik, Derk Smoes, de broers Frielink en Willem Meenks. Als Smoes, die een andere naam heeft aangenomen in de gevangenis in Almelo wordt herkend door een landwachter, komen de Duitsers er achter dat zij met de overval op de bank te maken hebben.
De Duitsers hebben een vermoeden dat het geld in de buurt van Daarlerveen is opgeborgen. Ze dreigen de gehele omgeving uit te kammen. Ze doen daarom het voorstel dat de gearresteerden er goed af zullen komen als zij zeggen waar het geld is. Na contact met hun vrienden die zich nog op vrije voeten bevinden, gaan zeopdat voorstel in.
De Duitsers vinden het geld in het hooi bij de familie Nijland. Ze houden echter hun beloften niet en arresteren ook de zoon Gerhard Nijland nadat hij het geld met paard en wagen naar het SD-kantoor aan de Bornsestraat in Almelo heeft gebracht. Daar vieren de Duitsers vervolgens een groot feest met veel sterke drank.
De arrestanten Smoes, Mik, de broers Frielink, Meenks, Bruijnes en Nijland worden op 2 december naar de Doetinchemse SD-gevangenis De Kruisberg gebracht. Daar schrijft Smoes diverse brieven die door kapper Henk Radstake naar buiten worden gesmokkeld. Hij schrijft dat zij in de tweede cel zitten waar het tweede kleine ruitje boven kapot is. Op die manier is hun cel van buiten te herkennen ingeval van een bevrijdingsactie waar ze op hopen. Neem stenguns handgranaten mee. En spekpannenkoeken, want het eten is hier allerbelabberds, schrijft hij.
De KP Almelo is inderdaad van plan om hen te bevrijden. Op de fiets rijden ze naar Doetinchem. Maar als ze de situatie verkennen, komen ze tot de conclusie dat de bewaking te streng is voor de kleine groep. Daarop krijgen ze versterking. Op kerstavond 1944 doen ze nog een poging hun makkers te bevrijden. Maar dan krijgen ze te horen dat de mannen al zijn weggevoerd. Dat blijkt echter niet het geval.
Op 1 februari 1945 staan de zeven bankrovers, samen met 87 andere mannen op de binnenplaats van De Kruisberg klaar om te worden afgemarcheerd. Onder zware bewaking volgt een voettocht door Doetinchem. De tocht eindigt bij het treinstation, waar de mannen plaats moeten nemen in twee veewagons.
Na middernacht vertrekt de trein richting Winterswijk. Daarna verder via Ruurlo naar Zutphen. Op die route weten 17 mannen via een door hen gemaakte opening uit de rijdende trein te springen.
Via Zutphen rijdt de trein naar Deventer. Daarna naar Almelo. Daar staat de trein een uur lang stil op het station. Door een kier in de wagon zien de mannen waar ze zijn. Wederom hopen ze op een bevrijdingsactie.
Maar de KP-Almelo hoort te laat dat de trein daar staat. Als de KP'ers uiteindelijk bij het station aankomen, is de trein vertrokken. Ze rijden er nog achteraan. Via Hengelo en Borne, maar telkens komen ze ook daar te laat.
Op 5 februari komt de trein in het Duitse concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg aan. Enkele weken later zijn Derk Smoes, Douwe Mik, Gerhard Nijland, Willem Meenks en Gerrit Frielink gestorven in concentratiekamp Reyerhorst bij Ludwigslust. Alleen Henk Frielink overleeft de verschrikkingen..  
Lees meer op de pagina:
Van de Kruisberg naar Neuengamme: Bruijnes, B. ; Frielink, G. Frielink, H. ; Meenks, W. ; Mik, D. ; Nijland, G. ; Smoes, D.


Berend Bruijnes


Gerrit Frielink

Willem Meenks

Douwe Mik

Gerhard Nijland


Derk Smoes




Henk Frielink



Henk Bosch




Jan Grimmerink




Herman Höften




Henny Meulenbeld



Joop Ribbers



Harrie van der Veen



Wim Walderveen



Anton Wisman